Poes

Een jaar of acht was ik, toen we ons eerste huisdier kregen.Poes (4)

We woonden toen in Den Haag, twee hoog op een flat. We liepen zelfstandig van huis naar school en omgekeerd. Destijds bestond overblijven tussen de middag nog niet, dus gingen alle kinderen naar huis om hun boterham te eten.

Ik herinner me nog goed dat het een mooie dag in de herfst was toen ik om twaalf uur naar huis liep. Halverwege deze wandeling kwam een rode kater mij tegemoet. Hij was mager en zag er verwaarloosd uit. Doelbewust leek hij naar me toe te lopen. Ik was gek op dieren en ging meteen op mijn hurken zitten om hem te aaien en tegen hem te praten. De kat miauwde terug en we hadden een heel gesprek, toen ik besefte dat ik op moest schieten omdat mijn moeder thuis op me wachtte. Ik stond op en vervolgde de weg naar huis. Tot mijn verwondering liep de kat me achterna. Dat was leuk! Ik bleef met hem praten en hij bleef miauwen. Samen met mij stak hij het drukke kruispunt over en liep mee tot aan het portiek. Daar aarzelde ik geen moment, ik tilde hem op, wat hij geen enkel probleem leek te vinden, en sleepte hem mee naar boven, naar huis.

“Kijk wat ik gevonden heb,” zei ik stralend tegen mijn moeder, terwijl ik de kat in de gang zette toen zij de deur open deed. “Zullen we hem houden? Hij heeft vast geen huis meer.” Nou is mijn moeder ook altijd gek op dieren geweest, maar mijn vader minder. Het was dan ook logisch dat mijn moeder, die ik zo overviel met deze rode snuiter, bedenkingen had.

Ik pleitte als een advocaat voor de kat en mijn moeder die het verhaal over mijn ontmoeting met de kat wel leuk vond, besloot dat hij mocht blijven gedurende het middageten. Ik vermoed, haar kennende, dat ze hem in die tussentijd ook voorzien heeft van melk en wat lekkere hapjes. Maar na het eten was ze onverbiddelijk. De kat moest weer naar buiten. Dat vond ik niet leuk. En de kat ook niet. Hem beviel het blijkbaar wel bij ons. En hij bleek een heel eigen strategie te hebben om zich een plekje in ons huishouden te veroveren.

Nadat ik de kat weer naar buiten had gesleept, wat hij ook gewoon weer accepteerde, begon hij me opnieuw te volgen, nu naar school. Ondanks de drukte van alle kinderen liep hij mee het speelplein op, sprong op de brandtrap en hield me vanaf daar nauwlettend in het oog.

En toen de schoolbel ging en ik naar binnen moest, glipte hij door de deur, tussen de benen van de andere kinderen door, zo met mij het klaslokaal in waar een stomverbaasde juffrouw de situatie in ogenschouw nam. De kat, geenszins verstoord door alle commotie die hij veroorzaakte sprong achter in de klas op een kast van zo’n anderhalve meter hoog en ging daar in een berg bladeren liggen die wij verzameld hadden en die een impressie moesten geven van het seizoen. Daar viel hij binnen de kortste keren in slaap. Ik weet niet of de juffrouw zo’n dierenliefhebster was, of dat de kat haar betoverd had, maar hij mocht die middag blijven en gedroeg zich voorbeeldig, door te blijven slapen en de les niet te verstoren.

Aan het einde van de les werd hij weer wakker en volgde me zonder probleem weer naar huis. Natuurlijk wist ik dat het nu zaak zou worden om mijn moeder te overtuigen. Opnieuw sleepte ik de kat naar boven en zette haar in de gang. En hoewel mijn moeder de kat leuk vond en onder de indruk was van hoe de kat me was blijven volgen, zag ze toch grote bezwaren. Ik fleemde en vleide en deed alles wat een meisje van acht uit de kast kon halen om de kat te kunnen houden. Terwijl wij in de keuken stonden, ging de kat het balkon op. Hij wrong zich door de spijlen en sprong naar beneden, richting de vensterbank van het portiek, maar hij miste de vensterbank en viel van twee hoog op de grond.

Ik stormde naar beneden, samen met mijn moeder. De kat was gewond aan zijn achterpoot en we namen hem mee omhoog. Er kwam een dierenarts bij die de constateerde dat het een tijdje zou duren voor de kneuzing genezen zou zijn. Dat was naar maar had ook een heel goede kant, want dat betekende dat de kat die nacht mocht blijven. Ik was dolgelukkig. “Maar,” waarschuwde ze , “de volgende dag zou ze het dierenasiel bellen.”

Toen ik de volgende dag verdrietig naar huis liep, bleek echter dat de kat er nog was. Het dierenasiel had gezegd dat ze de kat niet konden opnemen omdat hij gewond was. Mijn moeder zou hem wel kunnen brengen, maar dan zou hij een spuitje krijgen. Dat ging mijn moeder te ver. Deze slimme en loyale kat is gebleven voor de rest van zijn leven.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s