Deva’s op de beurs

Één van de leuke dingen van op een beurs staan zijn de mensen. Zowel de deelnemers aan de beurs als de mensen die de beurs bezoeken. Zelfs bij minder druk bezochte beurzen gaat de tijd snel, omdat er zoveel te zien is. Er zijn deelnemers in allerlei soorten en maten die op allerlei uiteenlopende wijzen hun diensten aan bieden. DSCF1158

Er zijn ook allerlei soorten bezoekers, maar wat zij vaak met elkaar gemeen hebben is dat zij wat langer op een beurs blijven hangen. Soms komen ze speciaal voor een deelnemer, maar vaak ook komen ze gezellig langs de tafeltjes slenteren. Het zijn merendeels vrouwen. Er komen ook mannen, maar die komen meestal mee met een vrouw en veel vrouwen komen samen met hun vriendinnen, zussen of moeder.

Na het eerste rondje wordt er vaak overlegd waartoe zij zich aangetrokken voelen. Er wordt aangeschoven aan een tafeltje en daarna vaak koffiegedronken en ervaringen uitgewisseld om vervolgens nog een ronde te maken. Veel beurzen kennen ook hun vaste bezoekers. En deze vaste bezoekers schuiven ook vaak aan bij een voor hun bekende deelnemer. Maar sommigen komen alleen voor de sfeer, voor een dagje rondkijken en praatjes maken. Voor gezellig een dagje uit.

Een aantal van die vaste bezoekers horen gewoon bij een bepaalde beurs. Ik heb bij sommigen van hen het gevoel dat wanneer zij zich niet hebben laten zien op de beurs, de beurs toch niet helemaal is zoals deze zou moeten zijn. Zijn geven de beurs een stukje eigen gezicht, een stukje sfeer. En zij hebben vaak mooie verhalen waar naar het fijn is om te luisteren.

Één van die vaste bezoekers heeft een plekje in mijn hart. De eerste keer dat ik daar op de beurs was, drentelde hij veelvuldig om mijn tafeltje heen. Pakte een visitekaartje, las het en humde wat om het vervolgens weer neer te leggen of raakte even de engel aan die altijd op mijn tafeltje staat. Vervolgens schoof hij weer verder naar de volgende tafel, om na een uurtje of zo weer langs te komen en weer het visitekaartje op te pakken en weer weg te leggen. Uiteindelijk ging hij zitten. “Dus u weet veel van engelen?” vroeg hij.

“Ik weet er wel iets van af,” zei ik. Hij boog zich naar voren. “Ik heb een beetje een rare vraag,” zei hij voorzichtig. Ik keek hem afwachtend aan. “Hoe een engel er uitziet weet ik wel,” zei hij. “Ik zie ze regelmatig als ik ze vraag te komen.”

“Wat fijn voor u,” zei ik onder de indruk.

“Dat is niet het punt,” zei hij. “Het gaat over iets anders.” “Ik ben benieuwd,” zei ik.

“Kijk het zit zo” hij fluisterde nu achter zijn hand, alsof hij bang was dat iemand anders hem zou horen. ” Als ik het bos in ga zie ik altijd kleine figuurtje rondrennen in het gras en uit de bomen zie ik vaak ook mooie elfachtige gedaantes komen. Wat zijn dat? Zijn dat ook engelen of denkt u dat ik niet helemaal goed bij mijn hoofd ben?” Hij keek een beetje benauwd.

“Bent u er bang voor?” vroeg ik.

“O nee,” lachte hij opgelucht. “Met die kleintjes kan ik niet praten, maar met die grote soms wel, en als ik ze zie geven ze me een heel veilig en warm gevoel. Soms moet ik dan ook even zo’n boom omarmen en dat heb ik het gevoel dat ik ook omarmt wordt.” Hij kreeg een gelukkige starende blik over zich.

“Wat u vertelt zijn wezens die Deva’s genoemd worden. Zij zijn voor de meeste mensen met het blote oog niet zichtbaar, maar hebben een sterke verbondenheid met de natuur. Met name in Engeland worden ze nog in ere gehouden,” vertelde ik.

“O, gelukkig, er is een naam voor,” zei de man.

“Ja,” zei ik, “En ik denk dat u een rijk man bent dat u hen kunt zien en met sommigen van hen kunt communiceren, want dat is voor de meeste mensen niet weggelegd. Ik zal u de naam van een boekje geven dat over deva’s gaat en wat makkelijk en leuk is om te lezen.

“Fijn,” zie de man, terwijl hij het briefje aannam en met een grijns op zijn gezicht wegliep. “Leuk dat ik u gesproken heb.”

Dat was helemaal wederzijds. Deze man was als een lichtstraaltje die mijn dag een bijzondere kleur gaf.

De titel van het boekje is trouwens: De andere wereld (leren communiceren met bovennatuurlijke wezens) en is geschreven door William Bloom.

Gidsen, helpers en Auraliet

De cliënt die op die dag een afspraak had ging wat ongemakkelijk in de stoel zitten die ik hem aanbood.DSCF1156

“Wat kan ik voor u doen”, vroeg ik hem. Hij keek wat onzeker om zich heen en zei: “Ja, weet u, ik geloof eigenlijk niet zo in dit gedoe. Ik bedoel, mijn vrouw is er erg in geïnteresseerd. Die gaat ook altijd naar beurzen en leest er veel over maar ja, ik vind het nogal…., nogal, tja vaag zal ik maar zeggen.”

“Maar toch zit u hier,” zei ik.

“Tja,” zei hij op een manier of hij zelf geen flauw idee had hoe hij hier bij mij nou toch terecht was gekomen en zich afvroeg hoe hij hier weer veilig kon verdwijnen. “Kijk mijn vrouw is hier weleens geweest voor een kristalmassage. Die hoef ik niet hoor,” viel hij zichzelf snel in de reden. “Maar zij was nogal enthousiast en zij vond dat ik u ook maar eens moest bezoeken. Zelf ben ik nogal nuchter, hoewel mijn vrouw zegt dat ik spiritueel ben omdat ik als de telefoon gaat vaak al weet wie er belt en vaak goed inschat wat voor een vlees ik in de kuip het als ik iemand zie. Nou dat ontwikkel je vanzelf wel als je al zoveel jaar vertegenwoordiger bent.” Hij grinnikt een beetje: “En ik ben altijd al een goede gokker geweest.”

Hij knikte naar een paar kristallen die op mijn bureau staan:”Leuke steentjes trouwens. Zelf heb ik altijd zo’n paarse bij me.” Hij haalde een kleine amathist uit zijn zak. Ooit eens gekregen van iemand. Draag ik altijd bij me.”

Hij keek mij weer aan. “Maar waarvoor ik eigenlijk kom,” zei hij, “is dat mijn vrouw er maar op bleef aandringen dat ik een keer naar u toe zou gaan. Ze had het over ontspanningsoefeningen en iets met energie doorstromen. Er gaan mensen uit op mijn werk, en ik ben bang dat ik ook ontslagen ga worden. Dus ja, een ontspanningsoefening kan ik misschien wel gebruiken.”

“Dus u wilt dat ik u een ontspanningsoefening geef en uw energie in balans breng?” vroeg ik.

Hij knikte.

Ik legde uit dat hij tijdens de ontspanningsoefening op de behandeltafel mocht gaan liggen en dat ik daarna naar zijn energie zou kijken en deze in balans zou brengen.

Nu gebeurt het regelmatig wanneer ik iemand behandel dat ik een energie in mijn kamer waarneem. Soms is dat de energie van iemand die veel voor de cliënt betekent heeft in de vorm van b.v. een overleden familielid met een boodschap. Soms zijn het energieën in de vormen van engelen, gidsen of helpers. Dat gebeurde ook toen ik met deze ontspanningsoefening begon. In dit geval verscheen er de energie van een licht getinte vrouw met een dikke blonde vlecht aan de zijkant van haar hoofd. Ze droeg een smalle band om haar hoofd en had een soort indianentenue aan van een beige kleurige stof.

Ze legde een hand op het hart van de cliënt en één op het voorhoofd en ik kreeg het woord Auraliet door.

Auraliet is een kristal dat uit verschillende mineralen is opgebouwd  en welke, wanneer je er twee gebruikt op een lichaam met de punten naar elkaar toe, een zeer sterke energiestroom geeft, waardoor er een verbinding ontstaat tussen de twee gebieden waarop de kristallen liggen. Het is een kristal dat je met je hogere zelf en je intuïtie verbindt. Het doorbreekt patronen, geeft hoop en optimisme en zet je in het nu.

Nadat ik de ontspanningsoefening had uitgesproken begon ik met het in balans brengen van de energie van de cliënt. Daarbij gebruikte ik twee auralieten, waarbij ik de één op het hart van hem legde met de punt naar boven en de ander op zijn voorhoofd met de punt naar beneden, precies op de plekken waar de vrouw met het indiaanse uiterlijk haar handen had liggen. Vervolgens begon ik met blokkades weg te halen en energie door te stromen.

Na afloop van de behandeling haalde ik de auralieten weer weg en liet de cliënt weer langzaam in het hier en nu komen. Hij zuchtte tevreden. “Nou,” zei hij, “ik begrijp het niet helemaal, maar ik vond het wel erg prettig en ik voel me kiplekker.” Ik liet hem de auralieten zien waarmee ik gewerkt had en hij was zeer belangstellend. Die wilde hij ook wel hebben. Kristallen, daar kon hij wel wat mee. Bovendien wilde hij wel een vervolgafspraak maken.

Toen ik hem uitliet aarzelde hij even op de drempel. Hij draaide zich om naar mij en vroeg: “Je werkt toch alleen zei je?”

Ik knikte.

Hij keek me bevreemd aan en zei toen: “Maar wie was dan die Indiaanse vrouw die de hele tijd haar hand op mijn hart en mijn voorhoofd gehouden heeft?”

 

 

 

 

 

Het gevaar van toekomstvoorspellen

DSCF1151Hoewel ik op verschillende manieren werk in mijn praktijk om mensen dichter bij hun eigen weten en eigen zijn te brengen, kies ik er op beurzen vaak voor om voor mensen engelenkaarten te leggen en/of hun energie in balans te brengen.

Dit omdat het op beurzen meestal erg druk is en er niet de letterlijke ruimte, rust en tijd is om diep in te gaan op wat er bij iemand speelt.

Wanneer je met de energie van mensen werkt, zijn er vele verschillende manieren om je op deze energie af te stemmen. Sommige mensen gebruiken tarotkaarten, andere rune stenen of lezen zand of water. Weer anderen lezen foto’s of gebruiken een pendel. Tijdens de beurzen gebruik ik vaak engelenkaarten. Mensen komen met een vraag en ik leg de kaarten en lees hun energie en de energie die om hen heen hangt. Dat is nog wat anders dan de toekomst voorspellen.

Toekomst voorspellen is iets waarmee ik vind dat je heel erg moet uitkijken. Veel mensen zijn op zoek naar vastigheid, duidelijkheid en geruststelling. Daar is niets mis mee. Maar het lezen van de energie, is een momentopname. Iemand komt bij me op een bepaald moment in zijn leven en ik lees de energie van dat moment. Het leven is voortdurend in beweging en mensen ook. Vaststaande toekomstvoorspellingen doen kan mensen vastzetten in een idee, een gedachte, een toekomstbeeld en hen daardoor belemmeren in hun leven van dat moment omdat zij gaan zitten wachten op wat iemand hen voorspelt heeft. Daardoor kan het zijn dat kansen die voorbij komen niet meer gezien worden, het leven stil komt te staan.

Toch maak ik af en toe mee dat de behoefte van sommige mensen om zekerheid te hebben in de toekomst zo groot is dat zij zich aan alles vast klampen wat ik zeg en soms alleen horen wat ze willen horen.

Zo werd ik op een beurs benaderd door een jonge, knappe vrouw van halverwege de twintig.  De beurs liep al ten einde en ze kwam haastig struikelend naar mijn tafeltje gerend.  Ze plofte neer op de stoel keek me wanhopig aan. Ik vroeg haar wat ik voor haar kon doen. Ze vertelde dat ze een langdurige relatie had gehad die sinds enige maanden verbroken was. Over het verdriet van haar vriend was ze volgens haar wel heen, maar ze kon niet tegen het alleen zijn. Ze had een leuke baan maar als ze thuis kwam was er niemand speciaal voor haar. Het alleen zijn viel haar heel zwaar. Ze ging weleens uit en had zich ook ingeschreven op datingsites maar het lukte niet om weer een relatie te krijgen. Kon ik haar niet vertellen of zij nog een vriend zou krijgen in dit leven en hoe hij er uit zag.

Daarop begon ik haar uit te leggen dat ik dat soort toekomstvoorspellingen niet doe, maar dat ik wel haar energie kon lezen en kon kijken naar eventuele blokkades, en wat zij daarin zou kunnen doen zodat ze zich minder eenzaam en ongelukkig zou voelen.

“Dat hoeft niet,” zei ze geërgerd . “wanneer ik weer een man in mijn leven heb wordt ik vanzelf gelukkig. Waarom vertel je  me niet of er nog een man komt of dat ik voor de rest van mijn leven alleen zal blijven?”

Ik zei: “Omdat je dan zoveel belang zou kunnen gaan hechten aan mijn woorden, dat je jezelf de kans ontneemt om te leven. Ik zal een voorbeeld voor je verzinnen,” ging ik verder. “Stel je voor dat ik tegen je zeg dat er over een jaar of vijf een blonde man met blauwe ogen en een maatkostuum in je leven verschijnt waarmee je gelukkig wordt. Dan kan het zijn dat je zo blijft zoeken naar die blonde man, dat je die jongen met die zwarte krulletjes, dat vierkante brilletje en die stralende glimlach die dan bij je om de hoek woont en die verliefd op je is, niet eens meer ziet staan terwijl dat misschien ook wel iemand is waarmee je heel gelukkig zou kunnen worden.

Even was ze stil terwijl ze me peinzend aan keek. Toen brak een grote glimlach door op haar gezicht. Ze sprong op, gooide geld op tafel en riep terwijl ze weg holde: “Ik snap het. Dus dat is hem. Die jongen met die zwarte krulletjes en die vierkante bril woont echt bij mij om de hoek. Ik blijf dus niet alleen.”

Voor ik nog maar iets kon zeggen was ze weg.  Ik bleef verbijsterd achter.

Betaling van spirituele diensten

Het was die dag erg rustig op de spirituele beurs in Breda waar ik stond. Ik legde voor mensen DSCF1149engelenkaarten aan de hand van hun vragen en werkte met engelenhealingen waarbij ik hielp hun energie weer in balans te brengen.

Soms heb je dat; dan worden de beurzen die dag druk bezocht en ben je bijna de hele dag constant bezig, en soms komen er maar  heel weinig mensen. Dat blijft altijd weer een verrassing. Maar deze dag was het dus heel rustig. Die ochtend waren er twee mensen aan mijn tafeltje geweest, en verder bleef het stil, zoals ook bij de rest van mijn collega’s in het zaaltje waar ik stond. Het was net 13.30 uur geweest en ik had mijn lunch op toen er een krom gebogen, klein, oud dametje met een rollator binnen kwam schuifelen. Ze was zo krom dat ze nauwelijks omhoog kon kijken.  Haar schoenen waren schuin afgesleten en aan haar jas ontbrak een knoop. De sjaal die zij om haar hoofd geknoopt had zat scheef om haar gerimpelde gezicht. Langzaam en onzeker  schuifelde ze langs de tafeltjes van mijn collega’s. Bij mij hield ze stil.

“Engelen,” mompelde ze. “Ik ben gek op engelen. Ze zijn altijd om mij heen.” Ze liet haar wat bibberige hand over het beeld van mijn engel gaan die op de tafel stond. Ze zuchtte diep. “Jammer,” zei ze.

“Wat vindt u jammer?” vroeg ik nieuwsgierig.

“Ik zou best wel een engelenhealing willen,” zei ze, terwijl ze haar gezicht een beetje opzij boog om mij aan te kijken, “maar dat kan niet.”

“Waarom kan dat niet?” vroeg ik.

“Omdat ik vandaag gekomen ben voor een collega van u, en ik heb geen geld voor twee verschillende dingen. Een mens moet nu eenmaal keuzes maken. Een prettige middag hoor, en dat de engelen u altijd zullen omringen.” en ze schuifelde door.

Daar zat ik dan, het was rustig, ik had niets te doen en er was iemand die graag een engelenhealing wilde maar het niet kon betalen.

Dilemma, dilemma. In mijn hoofd zag ik verontwaardigde docenten met hun vingers zwaaien terwijl ze riepen. Iedereen moet betalen. Als mensen een dienst afnemen van je, moeten ze daar ook iets voor over hebben. Anders neem je jezelf en je werk niet serieus en de mensen doen dat ook niet. Wat gratis wordt gegeven wordt onvoldoende gewaardeerd. Ook als mensen weinig geld hebben, kunnen ze sparen voor iets wat ze graag willen. Bovendien woon je in Nederland, waar je ook je huur moet betalen, je andere vaste lasten en moet eten. Je kunt niet van lucht leven.

O, dat wist ik allemaal. In mijn eigen verleden waarin ik een uitkering kreeg en mijn praktijk nog niet had, had ik ook geen geld en spaarde ik  mijn vakantiegeld om cursussen en opleidingen te gaan doen waardoor ik uiteindelijk een praktijk kon starten. Ik heb destijds daar elke cent wel vijf keer voor moeten omdraaien en door heel zuinig te leven is me dat uiteindelijk ook gelukt. Maar ik weet dus ook heel goed wat het is om zo weinig geld te hebben.

Ik besloot voor deze keer mijn hart te volgen.

“Ik geef u wel een healing,” riep ik snel.

“Wat zeg je kind?” vroeg ze. “Ik verstond je niet”.

“Ik zei dat ik u wel een healing geef”,  zei ik.

“Maar ik kan je niet betalen,” zei ze.

“Hoeft niet,”zei ik, “ga maar zitten, het is wel goed zo.”

Haar gerimpelde gezichtje brak open in een lach. “O, wat fijn, wat fijn, dankjewel hoor.”

Ze ging zitten en ik gaf haar een healing.

“Wat was dat fijn,” zei ze na afloop. “Dankjewel, dankjewel hoor. De engelen zullen je zegenen en veel mensen naar je toesturen vanmiddag.

Ik knikte en zei haar gedag, terwijl ze langzaam de ruimte weer uit schuifelde.

Na een half uurtje begon het ineens storm te lopen aan mijn tafeltje. De één na de ander wilde een kaartlegging of healing en ze moesten zelfs nummertjes trekken om aan de beurt te komen. Ik was helemaal verbaasd.

Dat dit niet alleen aan de hemelse engelen lag bleek later aan het einde van de beurs. Bij het weggaan sprak de organisator van de beurs mij aan.

“Je had wel een fan vandaag,” zei ze.

Ik trok verwonderd m’n wenkbrauwen op.

“Die oude dame met die rollator,” verduidelijkte ze mij. “Ze zat vlak achter de ingang en tegen iedereen die binnenkwam vertelde ze dat ze naar jou moesten gaan omdat dat echt de moeite waard was.

Ik lachte. Vandaag was een aardse engel mijn pad gekruist, en had mij meervoudig teruggeven wat ik haar had mogen geven.

 

 

 

 

 

Planten en energie

Ik was in mijn tuintje onkruid aan het wieden en aan het snoeien. En terwijl ik troostend tegen de struiken mompelde die ik een stuk inkorte, werd ik aangesproken door een dorpsgenoot. “Lekker bezig ?” klonk het . Ja, dat was ik wel. De zon scheen lekker en het was fijn DSCF1127om met mijn handen in de warme aarde te wroeten. Ik zat niet te wachtten op een praatje want ik had een drukke dag gehad en ik had wel wat behoefte aan rust en ruimte. De overigens aardige dorpsgenoot had echter meestal niet zoveel oog voor de behoeften van zijn mededorpsgenoten en ook nu leek hij zich totaal niet bewust van mijn behoefte om even niet  gestoord te worden. Nu ging hij meestal niet in gesprek, maar voerde hij monologen op, waarbij het hem niet leek te deren of anderen al dan niet luisteren, dus ik besloot hem een beetje te negeren.

Ook nu zat hij weer niet op een antwoord van mij te wachten, dus ik kon rustig doorgaan met mijn werkzaamheden. Hem stoorde dit helemaal niet want hij ging gewoon door tegen mij. “Ze staan er goed bij die plantjes, maar die ramen mag je weleens wassen.”

Snel wierp ik een blik op mijn ramen. De goede man had gelijk, maar ik had het druk en moest keuzes maken. Ramen kwamen in dat keuzepakket even niet voor. Die moesten even wachten.

“Je plantjes binnen staan er ook goed bij,” ging de man verder terwijl hij met zijn handen in zijn zakken heen en weer wipte op zijn voeten en via het raam mijn huiskamer eens uitgebreid van binnen bekeek. Zo vuil waren mijn ramen blijkbaar dus toch ook weer niet dat hij dat kon zien.

“Je hebt ook gatenplanten”, zei hij verheugd.  “Ik ook, leuke dingen hé, alleen die wortels, dat worden altijd zulke einden. Maar daar heb ik wel een oplossing voor, ik knip ze gewoon af. Op de 20 cm. lengte, alsof ze bij de kapper zitten, ha, ha. Hij lachte hard om zijn eigen grapje terwijl ik er ondertussen wat zevenblad uittrok.

Toen werd zijn blik somber. “Weet je wat het niet doet bij mij?” Ik wist het niet maar een antwoord werd ook dit keer niet echt van mij verwacht. “De hertshoorn,” ging hij verder, “waardeloze dingen. Of je ze nu veel of weinig water geeft, in de zon hangt of in de schaduw, ze doen het nooit.” Ze kwijnen altijd maar weg, wat ik ook doe. Misschien moet ik er maar tegen gaan praten, Sommige idioten doen dat, ha, ha,” lachte hij weer alsof hij iets erg leuks had gezegd. “Nou ik ga er maar weer eens vandoor, het was gezellig. tot de volgende keer maar weer,” en zonder een antwoord af te wachten beende hij stevig weg.

“Sommige mensen hebben nog niet eens een half woord nodig om tevreden te zijn”, dacht ik terwijl ik  zijn monoloog nogmaals in mijn hoofd liet passeren. Ik moest ineens denken aan de periode dat ik nog op een flatje woonde en een balkonnetje had. Ik had nieuwe planten gekocht, twee Chinese rozen en twee hele tere fragiele planten met een helder groene kleur, die wel wat op sierasperges leken. Ik zette ze bij de balustrade neer. De Chinese rozen aan de buitenkant en de sierasperges aan de binnenkant. Het zag er leuk uit. Toen ik de volgende dag op het balkon kwam stonden de Chinese rozen er vrolijk bij, maar de beide sierasperges hadden zich helemaal van de Chinese rozen afgewend en leken wel in hun pot aan de wandel gegaan te zijn. Ze stonden nu met hun bladeren bijna in elkaar, naar elkaar toegedraaid

Ik besloot de boel te reorganiseren en zette de Chinese rozen in het midden en de sierasperges aan de buitenkant. Groot was mijn verwondering toen de sierasperges de volgende dag helemaal van de Chinese rozen afgebogen stonden, alsof zij hen niet konden verdragen en alleen al onpasselijk werden van het er naast moeten staan. Hun groen lieten ze hangen, alsof ze niet genoeg water hadden, terwijl dat niet het geval was. Ik besloot de beide plantensoorten te scheiden. De Chinese rozen aan de ene kant en de sierasperges, die ik door hun gedrag Nuften ging noemen aan de andere kant. En dat ging goed. De Nuften trokken weer rechtDSCF1125 en zijn de rest van de zomer goed gegroeid, evenals de Chinese rozen overigens .

Toen leerde ik al dat planten allemaal hun eigen energie hebben en dat die energie niet altijd verenigbaar is met andere planten of ook andere mensen (zoals bij mijn dorpsgenoot en zijn hertshorens). Toen mijn lief nog een eigen praktijk had waarin vaak veel zware gesprekken gevoerd werden, groeiden zijn planten in de praktijkruimte vaak moeizaam. Tot de vakantie aanbrak en er geen cliënten kwamen. Dan maakten ze ineen een groeispurt door.

Het is  heel leuk wanneer je daadwerkelijk energie leert voelen met je handen. Dan kun je ook het verschil van de energie van de ene in vergelijking met de andere plant voelen. En daar zit soms heel veel verschil in.Wil je dit ook leren, of er meer over weten, op 7 november geef ik weer een workshop Jij en Energie, waarover meer informatie nog op Facebook en op mijn website  komt.

 

 

 

Dagje weg

Ga je mee naar de open tuinendag”,  vroeg een vriendin van me die heel veel met tuinen had. Ze ging vaak op vakantie naar het buitenland, zoals naar Engeland om tuinenDSCF1109 te bezichtigen, en ondanks haar leeftijd, ze was al ruim in de tachtig, was ze gewapend met een schoffeltje en snoeischaar nog bijna dagelijks in haar eigen tuin te vinden. Het grote werk ging helaas niet meer, maar daar huurde ze dan iemand voor in die onder haar nadrukkelijke, precieze en strenge begeleiding nauwkeurig haar tuin snoeide en schoffelde tot de rijkelijk bloeiende plek zoals zij deze graag wilde hebben.

Het was dan ook altijd een feest om bij haar op visite te gaan. Zomers zaten we in haar tuin te genieten van de vele bloemen en de zon, waarbij zij haar kopjes thee schonk en biscuitjes met eigengemaakte lemoncurd aanbood. ’s Winters keken we vanaf haar woonkamer neer in haar tuin waarin altijd wel kleur te vinden was, terwijl op haar balkonnetje de pimpelmeesjes, roodborstjes, musjes en koolmeesjes dankbaar kwamen eten van het voedsel dat mijn vriendin daar voor hun weg zette en hing. Vogels groter dan musjesformaat waren niet welkom en al helemaal geen duiven, want die maakten er volgens mijn vriendin een te grote rommel van. Met driftig getik van haar vinger tegen het raam hield ze orde op het balkonnetje. De duiven en kauwen keken vanuit de bomen verlekkerd toe naar de vele pinda’s en vetbolletjes, kaasstukjes en broodkorstjes, maar geen van hen durfde de strijd aan te gaan met mijn daarin zeer strenge vriendin door haar territorium te betreden. Ze hadden een heilig ontzag voor haar.

Mijn vriendin wist zelf zo verschrikkelijk veel over planten en bloemen dat zij wel een wandelende encyclopedie leek. Het was een thema waaraan zij met hart en ziel verknocht was. Dus wanneer zij mij vroeg om met haar mee te gaan, had dit meestal betrekking op een bezoek aan een park of tuinen, zoals ook deze open tuinendag.

Nu ben ik altijd wel in voor een uitje dus dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Mijn vriendin maakte een picknickmandje klaar met lekkere boterhammetjes, een thermoskan met thee en wat appels, zodat behalve onze ogen, oren en neuzen, onze magen het deze dag ook naar hun zin zouden hebben. Mijn vriendin had een tuin uitgezocht die zij wilde bezoeken. En zo reden wij dan over stille landweggetjes, steeds verder van het drukke leven vandaan op weg naar de tuin.

En het was de moeite meer dan waard. De tuin was enorm. Elke plant, elke boom, elke bloem en elke waterpartij was op elkaar afgestemd. Je hoorde er geen verkeer, daarvoor lag het te ver van de buitenwereld. Het was een heerlijke plek om te zijn. De rust, de geuren de weldaad van al wat bloeide en groeide deed je weer beseffen hoe mooi de natuur was. En terwijl we rondwandelden vertelde mijn vriendin me van alles over wat we zagen. Natuurlijk moesten er nog wat stekken aangeschaft worden en terwijl mijn vriendin nog wat stond te dubben over welke planten zij zou meenemen liep ik vast met de eerste plantjes naar de auto. De auto stond op een stil groen plekje bij een weiland. Daarin stond een groot fries paard met aan haar voeten liggend een jong veulen. Ik bleef even staan kijken en ik groette de merrie en vroeg of het veulen haar kind was. Ik sprak naar haar uit hoe mooi ik het veulen vond. Ze hief haar hoofd naar me op. Schopte vervolgens zachtjes met haar enorme hoef tegen het veulen aan, dat enigszins wankel opstond en tegen haar aan ging staan. Vervolgens boog de moeder haar enorme hoofd over het veulen heen terwijl ze me trots aan keek.

We bleven even naar elkaar staan kijken, de merry en ik terwijl ik haar toeknikte. Toen kwam mijn vriendin er aan en stapten we in de auto. Het was een meer dan geslaagde dag geweest.

Mijn vriendin is inmiddels: “Uit de tijd gegaan”, zoals zij haar overlijden zou benoemen, maar nog steeds als ik een merry met veulen zie, denk ik met veel plezier aan haar terug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mispoes

DSCF1124Deze zomer is vooral erg groen geweest.

Hoewel ik vond dat het wel wat minder had mogen regenen was de tuin van mij en van mijn lief wel erg blij met de regen. Het leverde wel veel mooie bloeiende bloemen en planten op. Het onkruid genoot overigens ook veel van de afwisselde warmte en regenperiode en kwam harder op dan ik naar de schuur kon lopen om het tuingereedschap te pakken.

Nou moet ik wel eerlijk zijn en toegeven dat het onderhoud van mijn eigen tuin wat achterloopt op dit moment omdat er steeds van alles tussen kwam. Niet erg trouwens want ik heb een wilde  tuin met veel planten, een paar bomen en bloemen, en hoewel je het wel erg ziet als ik daar de bezem weer flink doorgehaald heb, is de tuin nu alleen nog uitbundiger in zijn groei en bloei. Ik hou wel van dat wilde, dus van mij mag het ook wel lekker groeien. Het is erg leuk om tussen de buien door even te gaan fietsen en na het fietsen mijn achtertuin in te komen en al dat groen in al die verschillende tinten te zien.

Een grens in deze ongebreidelde groei wordt meestal bereikt als ik via de achterkant mijn tuin binnenkom, de deur van de poort open en de klimroos die gezellig tegen de schuurmuur aangroeit al het door haar verzamelde regenwater (en volgens mij is dat meestal de inhoud van een hele regenwolk), onbekommerd over mij heen stort. Dat is voor mij het sein om de snoeischaar weer ter hand te nemen.

De tuin van mijn lief is anders. Ook wild, maar wel veel overzichtelijker met minder verborgen plekjes. Mijn lief houdt van bloemen en zijn tuin is dan ook vaak een hele bloemenzee. Deze zomer was de lange kant van zijn schutting bijna niet meer zichtbaar door de vele zonnebloemen die daar stonden met daar tussen oost indische kers. En tussen al die bloemenkracht kronkelde en klommen de passiebloemen. Het zijn er twee, een paarse en een witte, en beiden bloeiden uitbundig. Wat dit jaar heel leuk was waren de vele vruchten die er af kwamen. Eerst groen, maar daarna kleurde ze naar een steeds feller oranje. Die had mijn lief nog niet eerder gehad en ik denk dat het warme, vochtige weer daar een grote rol in gespeeld heeft.

We besloten ze te plukken als ze rijp waren. Ze zagen er heel mooi uit, en af en toe knepen we er voorzichtig in om te kijken of ze al zo ver waren dat ze geoogst konden worden. Dat duurde even. Maar de dag kwam, dat we met een schaal naar buiten gingen voor de pluk. De verwachtingen waren hoog. Ze zagen er ook zo mooi uit.DSCF1122

Dat hadden andere tuinbewoners ook gevonden. De voorkant van de vruchten zag er geweldig uit maar het bleek alleen nog maar de schil te zijn die er hing. Aan de achterkant van de passievruchten zaten gaten ter grootte van een eurostuk en de vruchten bleken allemaal leeggegeten te zijn. Één passievrucht had nog een inhoud, maar dat bleek geen vruchtvlees te zijn. Toen we hem wilde plukken, schoot een klein spitsmuisje met een sneltreinvaart uit de passievrucht, over de struik heen en verdween ergens diep in het groen. Hij had nog een halve vrucht voor ons over gelaten. Nou ja, had iemand er tenminste nog plezier van gehad.