Deva’s op de beurs

Één van de leuke dingen van op een beurs staan zijn de mensen. Zowel de deelnemers aan de beurs als de mensen die de beurs bezoeken. Zelfs bij minder druk bezochte beurzen gaat de tijd snel, omdat er zoveel te zien is. Er zijn deelnemers in allerlei soorten en maten die op allerlei uiteenlopende wijzen hun diensten aan bieden. DSCF1158

Er zijn ook allerlei soorten bezoekers, maar wat zij vaak met elkaar gemeen hebben is dat zij wat langer op een beurs blijven hangen. Soms komen ze speciaal voor een deelnemer, maar vaak ook komen ze gezellig langs de tafeltjes slenteren. Het zijn merendeels vrouwen. Er komen ook mannen, maar die komen meestal mee met een vrouw en veel vrouwen komen samen met hun vriendinnen, zussen of moeder.

Na het eerste rondje wordt er vaak overlegd waartoe zij zich aangetrokken voelen. Er wordt aangeschoven aan een tafeltje en daarna vaak koffiegedronken en ervaringen uitgewisseld om vervolgens nog een ronde te maken. Veel beurzen kennen ook hun vaste bezoekers. En deze vaste bezoekers schuiven ook vaak aan bij een voor hun bekende deelnemer. Maar sommigen komen alleen voor de sfeer, voor een dagje rondkijken en praatjes maken. Voor gezellig een dagje uit.

Een aantal van die vaste bezoekers horen gewoon bij een bepaalde beurs. Ik heb bij sommigen van hen het gevoel dat wanneer zij zich niet hebben laten zien op de beurs, de beurs toch niet helemaal is zoals deze zou moeten zijn. Zijn geven de beurs een stukje eigen gezicht, een stukje sfeer. En zij hebben vaak mooie verhalen waar naar het fijn is om te luisteren.

Één van die vaste bezoekers heeft een plekje in mijn hart. De eerste keer dat ik daar op de beurs was, drentelde hij veelvuldig om mijn tafeltje heen. Pakte een visitekaartje, las het en humde wat om het vervolgens weer neer te leggen of raakte even de engel aan die altijd op mijn tafeltje staat. Vervolgens schoof hij weer verder naar de volgende tafel, om na een uurtje of zo weer langs te komen en weer het visitekaartje op te pakken en weer weg te leggen. Uiteindelijk ging hij zitten. “Dus u weet veel van engelen?” vroeg hij.

“Ik weet er wel iets van af,” zei ik. Hij boog zich naar voren. “Ik heb een beetje een rare vraag,” zei hij voorzichtig. Ik keek hem afwachtend aan. “Hoe een engel er uitziet weet ik wel,” zei hij. “Ik zie ze regelmatig als ik ze vraag te komen.”

“Wat fijn voor u,” zei ik onder de indruk.

“Dat is niet het punt,” zei hij. “Het gaat over iets anders.” “Ik ben benieuwd,” zei ik.

“Kijk het zit zo” hij fluisterde nu achter zijn hand, alsof hij bang was dat iemand anders hem zou horen. ” Als ik het bos in ga zie ik altijd kleine figuurtje rondrennen in het gras en uit de bomen zie ik vaak ook mooie elfachtige gedaantes komen. Wat zijn dat? Zijn dat ook engelen of denkt u dat ik niet helemaal goed bij mijn hoofd ben?” Hij keek een beetje benauwd.

“Bent u er bang voor?” vroeg ik.

“O nee,” lachte hij opgelucht. “Met die kleintjes kan ik niet praten, maar met die grote soms wel, en als ik ze zie geven ze me een heel veilig en warm gevoel. Soms moet ik dan ook even zo’n boom omarmen en dat heb ik het gevoel dat ik ook omarmt wordt.” Hij kreeg een gelukkige starende blik over zich.

“Wat u vertelt zijn wezens die Deva’s genoemd worden. Zij zijn voor de meeste mensen met het blote oog niet zichtbaar, maar hebben een sterke verbondenheid met de natuur. Met name in Engeland worden ze nog in ere gehouden,” vertelde ik.

“O, gelukkig, er is een naam voor,” zei de man.

“Ja,” zei ik, “En ik denk dat u een rijk man bent dat u hen kunt zien en met sommigen van hen kunt communiceren, want dat is voor de meeste mensen niet weggelegd. Ik zal u de naam van een boekje geven dat over deva’s gaat en wat makkelijk en leuk is om te lezen.

“Fijn,” zie de man, terwijl hij het briefje aannam en met een grijns op zijn gezicht wegliep. “Leuk dat ik u gesproken heb.”

Dat was helemaal wederzijds. Deze man was als een lichtstraaltje die mijn dag een bijzondere kleur gaf.

De titel van het boekje is trouwens: De andere wereld (leren communiceren met bovennatuurlijke wezens) en is geschreven door William Bloom.

Het gevaar van toekomstvoorspellen

DSCF1151Hoewel ik op verschillende manieren werk in mijn praktijk om mensen dichter bij hun eigen weten en eigen zijn te brengen, kies ik er op beurzen vaak voor om voor mensen engelenkaarten te leggen en/of hun energie in balans te brengen.

Dit omdat het op beurzen meestal erg druk is en er niet de letterlijke ruimte, rust en tijd is om diep in te gaan op wat er bij iemand speelt.

Wanneer je met de energie van mensen werkt, zijn er vele verschillende manieren om je op deze energie af te stemmen. Sommige mensen gebruiken tarotkaarten, andere rune stenen of lezen zand of water. Weer anderen lezen foto’s of gebruiken een pendel. Tijdens de beurzen gebruik ik vaak engelenkaarten. Mensen komen met een vraag en ik leg de kaarten en lees hun energie en de energie die om hen heen hangt. Dat is nog wat anders dan de toekomst voorspellen.

Toekomst voorspellen is iets waarmee ik vind dat je heel erg moet uitkijken. Veel mensen zijn op zoek naar vastigheid, duidelijkheid en geruststelling. Daar is niets mis mee. Maar het lezen van de energie, is een momentopname. Iemand komt bij me op een bepaald moment in zijn leven en ik lees de energie van dat moment. Het leven is voortdurend in beweging en mensen ook. Vaststaande toekomstvoorspellingen doen kan mensen vastzetten in een idee, een gedachte, een toekomstbeeld en hen daardoor belemmeren in hun leven van dat moment omdat zij gaan zitten wachten op wat iemand hen voorspelt heeft. Daardoor kan het zijn dat kansen die voorbij komen niet meer gezien worden, het leven stil komt te staan.

Toch maak ik af en toe mee dat de behoefte van sommige mensen om zekerheid te hebben in de toekomst zo groot is dat zij zich aan alles vast klampen wat ik zeg en soms alleen horen wat ze willen horen.

Zo werd ik op een beurs benaderd door een jonge, knappe vrouw van halverwege de twintig.  De beurs liep al ten einde en ze kwam haastig struikelend naar mijn tafeltje gerend.  Ze plofte neer op de stoel keek me wanhopig aan. Ik vroeg haar wat ik voor haar kon doen. Ze vertelde dat ze een langdurige relatie had gehad die sinds enige maanden verbroken was. Over het verdriet van haar vriend was ze volgens haar wel heen, maar ze kon niet tegen het alleen zijn. Ze had een leuke baan maar als ze thuis kwam was er niemand speciaal voor haar. Het alleen zijn viel haar heel zwaar. Ze ging weleens uit en had zich ook ingeschreven op datingsites maar het lukte niet om weer een relatie te krijgen. Kon ik haar niet vertellen of zij nog een vriend zou krijgen in dit leven en hoe hij er uit zag.

Daarop begon ik haar uit te leggen dat ik dat soort toekomstvoorspellingen niet doe, maar dat ik wel haar energie kon lezen en kon kijken naar eventuele blokkades, en wat zij daarin zou kunnen doen zodat ze zich minder eenzaam en ongelukkig zou voelen.

“Dat hoeft niet,” zei ze geërgerd . “wanneer ik weer een man in mijn leven heb wordt ik vanzelf gelukkig. Waarom vertel je  me niet of er nog een man komt of dat ik voor de rest van mijn leven alleen zal blijven?”

Ik zei: “Omdat je dan zoveel belang zou kunnen gaan hechten aan mijn woorden, dat je jezelf de kans ontneemt om te leven. Ik zal een voorbeeld voor je verzinnen,” ging ik verder. “Stel je voor dat ik tegen je zeg dat er over een jaar of vijf een blonde man met blauwe ogen en een maatkostuum in je leven verschijnt waarmee je gelukkig wordt. Dan kan het zijn dat je zo blijft zoeken naar die blonde man, dat je die jongen met die zwarte krulletjes, dat vierkante brilletje en die stralende glimlach die dan bij je om de hoek woont en die verliefd op je is, niet eens meer ziet staan terwijl dat misschien ook wel iemand is waarmee je heel gelukkig zou kunnen worden.

Even was ze stil terwijl ze me peinzend aan keek. Toen brak een grote glimlach door op haar gezicht. Ze sprong op, gooide geld op tafel en riep terwijl ze weg holde: “Ik snap het. Dus dat is hem. Die jongen met die zwarte krulletjes en die vierkante bril woont echt bij mij om de hoek. Ik blijf dus niet alleen.”

Voor ik nog maar iets kon zeggen was ze weg.  Ik bleef verbijsterd achter.