Tess

Tess 1Jaren geleden besloot ik dat er ruimte was voor een hond in mijn leven. Ik was herstellende van een agressieve vorm van leukemie, en het leek me prettig om bij het opbouwen van mijn energie en conditie een maatje te hebben dat mij buiten vergezellen zou op mijn wandeltochten. Daarnaast had ik ruimte in mijn huis en volop in mijn hart en vanuit de ervaring met eerdere honden die mijn leven met mij gedeeld hadden, wist ik hoezeer zo’n viervoeter mijn leven kon verrijken.

Ik besloot naar het dierenasiel te gaan om te kijken of daar een vriendje voor mij zat. Er zaten een boel honden, waaronder ook heel veel leuke honden, maar bij het uitzoeken van zo’n vriend, wil ik altijd een speciale klik voelen. Dat gebeurde op dat moment niet en ik ging enigszins teleurgesteld naar huis. Kennelijk was het nog niet het goede moment voor zo’n harige huisgenootje. Ik besloot het idee te laten rusten en ging verder met mijn leven, en de gedachte aan een hond gleed langzaam maar zeker naar de achtergrond, tot het niet meer echt speelde.

Zo’n drie maanden later werd ik op een ochtend wakker van een stem in mijn droom die zei: “Wakker worden. Je vriendje zit te wachten op je in het dierenasiel. Hij is net gebracht.” Nou ben ik niet iemand die altijd meteen doet wat in mijn hoofd opkomt, maar om de één of andere reden schoot ik in mijn kleren en stapte zonder ontbijt op de fiets, op weg naar het dierenasiel, ondanks dat ik al een tijd niet meer bezig was geweest met de aanschaf van een hondje.

In het eerste hok aan de voorkant van het asiel zat een jong hondje met een vrolijke rode zakdoek om. We keken elkaar aan. De klik was er meteen, maar ik kon me niet voorstellen dat iemand deze hond gebracht had. Ze had zo’n hoog aaibaarheidsgehalte dat ik er van uitging dat deze hond van iemand van het personeel was. Het  dierenasiel was nog maar net open. Ik ging naar binnen en met de gedachte in mijn achterhoofd dat het hondje buiten van een personeelslid was, ging ik op zoek naar de hond waarover de stem in mijn droom vertelde. Ik vond hem niet. Uiteindelijk kwam ik terecht achter in het asiel waardoor het deurtje van het buitenhok het jonge hondje het binnenhok in kwam stormen. Ze ging voor de tralies zitten en keek me  aan en ik smolt opnieuw. Er was iets speciaals tussen mij en deze hond.

Op dat moment kwam er een personeelslid aan. “Leuke hond, niet waar,” zei ze toen ze me zag kijken. Ik knikte. “Ze is net een kwartiertje geleden gebracht,” ging de vrouw verder.

“Wat zou ik haar graag willen meenemen,” zei ik.

“Wat houdt u tegen?” vroeg zij.

“Ik wil al een tijdje een hond,” zei ik, “maar dit is op dit moment onverwacht en ik moet even overleggen met de andere gezinsleden.”

“Geen probleem hoor,” zei de vrouw, “Ik wil de hond wel reserveren voor u, dan kunt u thuis overleggen en morgen even contact met ons opnemen.”

Die middag ging ik met mijn lief naar het dierenasiel en ook mijn lief smolt voor de hond. Natuurlijk namen we haar mee en ik gaf haar de naam Tess.  Waar ik was, was Tess ook. Ze ging mee op vakantie en op onze vele lange wandeltochten. Aan de fiets vond ze het heerlijk om mij voort te trekken en als ik even niet oplette lag ze met haar ondeugende snuit in het water. Schoon of vies water, weer of geen weer, het maakte haar niet uit. Veertien is ze geworden, toen moest ik haar, twee jaar geleden laten inslapen omdat ze ziek was. Ze was drie maanden toen ze bij me kwam en veertien jaar heb ik van haar mogen genieten.

Nee, ik heb nog geen andere hond. Tess is zo bijzonder geweest voor mij, en soms, als ik buiten wandel, heb ik het gevoel dat ze mij nog steeds vergezeld.

 

Dagje weg

Ga je mee naar de open tuinendag”,  vroeg een vriendin van me die heel veel met tuinen had. Ze ging vaak op vakantie naar het buitenland, zoals naar Engeland om tuinenDSCF1109 te bezichtigen, en ondanks haar leeftijd, ze was al ruim in de tachtig, was ze gewapend met een schoffeltje en snoeischaar nog bijna dagelijks in haar eigen tuin te vinden. Het grote werk ging helaas niet meer, maar daar huurde ze dan iemand voor in die onder haar nadrukkelijke, precieze en strenge begeleiding nauwkeurig haar tuin snoeide en schoffelde tot de rijkelijk bloeiende plek zoals zij deze graag wilde hebben.

Het was dan ook altijd een feest om bij haar op visite te gaan. Zomers zaten we in haar tuin te genieten van de vele bloemen en de zon, waarbij zij haar kopjes thee schonk en biscuitjes met eigengemaakte lemoncurd aanbood. ’s Winters keken we vanaf haar woonkamer neer in haar tuin waarin altijd wel kleur te vinden was, terwijl op haar balkonnetje de pimpelmeesjes, roodborstjes, musjes en koolmeesjes dankbaar kwamen eten van het voedsel dat mijn vriendin daar voor hun weg zette en hing. Vogels groter dan musjesformaat waren niet welkom en al helemaal geen duiven, want die maakten er volgens mijn vriendin een te grote rommel van. Met driftig getik van haar vinger tegen het raam hield ze orde op het balkonnetje. De duiven en kauwen keken vanuit de bomen verlekkerd toe naar de vele pinda’s en vetbolletjes, kaasstukjes en broodkorstjes, maar geen van hen durfde de strijd aan te gaan met mijn daarin zeer strenge vriendin door haar territorium te betreden. Ze hadden een heilig ontzag voor haar.

Mijn vriendin wist zelf zo verschrikkelijk veel over planten en bloemen dat zij wel een wandelende encyclopedie leek. Het was een thema waaraan zij met hart en ziel verknocht was. Dus wanneer zij mij vroeg om met haar mee te gaan, had dit meestal betrekking op een bezoek aan een park of tuinen, zoals ook deze open tuinendag.

Nu ben ik altijd wel in voor een uitje dus dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Mijn vriendin maakte een picknickmandje klaar met lekkere boterhammetjes, een thermoskan met thee en wat appels, zodat behalve onze ogen, oren en neuzen, onze magen het deze dag ook naar hun zin zouden hebben. Mijn vriendin had een tuin uitgezocht die zij wilde bezoeken. En zo reden wij dan over stille landweggetjes, steeds verder van het drukke leven vandaan op weg naar de tuin.

En het was de moeite meer dan waard. De tuin was enorm. Elke plant, elke boom, elke bloem en elke waterpartij was op elkaar afgestemd. Je hoorde er geen verkeer, daarvoor lag het te ver van de buitenwereld. Het was een heerlijke plek om te zijn. De rust, de geuren de weldaad van al wat bloeide en groeide deed je weer beseffen hoe mooi de natuur was. En terwijl we rondwandelden vertelde mijn vriendin me van alles over wat we zagen. Natuurlijk moesten er nog wat stekken aangeschaft worden en terwijl mijn vriendin nog wat stond te dubben over welke planten zij zou meenemen liep ik vast met de eerste plantjes naar de auto. De auto stond op een stil groen plekje bij een weiland. Daarin stond een groot fries paard met aan haar voeten liggend een jong veulen. Ik bleef even staan kijken en ik groette de merrie en vroeg of het veulen haar kind was. Ik sprak naar haar uit hoe mooi ik het veulen vond. Ze hief haar hoofd naar me op. Schopte vervolgens zachtjes met haar enorme hoef tegen het veulen aan, dat enigszins wankel opstond en tegen haar aan ging staan. Vervolgens boog de moeder haar enorme hoofd over het veulen heen terwijl ze me trots aan keek.

We bleven even naar elkaar staan kijken, de merry en ik terwijl ik haar toeknikte. Toen kwam mijn vriendin er aan en stapten we in de auto. Het was een meer dan geslaagde dag geweest.

Mijn vriendin is inmiddels: “Uit de tijd gegaan”, zoals zij haar overlijden zou benoemen, maar nog steeds als ik een merry met veulen zie, denk ik met veel plezier aan haar terug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mispoes

DSCF1124Deze zomer is vooral erg groen geweest.

Hoewel ik vond dat het wel wat minder had mogen regenen was de tuin van mij en van mijn lief wel erg blij met de regen. Het leverde wel veel mooie bloeiende bloemen en planten op. Het onkruid genoot overigens ook veel van de afwisselde warmte en regenperiode en kwam harder op dan ik naar de schuur kon lopen om het tuingereedschap te pakken.

Nou moet ik wel eerlijk zijn en toegeven dat het onderhoud van mijn eigen tuin wat achterloopt op dit moment omdat er steeds van alles tussen kwam. Niet erg trouwens want ik heb een wilde  tuin met veel planten, een paar bomen en bloemen, en hoewel je het wel erg ziet als ik daar de bezem weer flink doorgehaald heb, is de tuin nu alleen nog uitbundiger in zijn groei en bloei. Ik hou wel van dat wilde, dus van mij mag het ook wel lekker groeien. Het is erg leuk om tussen de buien door even te gaan fietsen en na het fietsen mijn achtertuin in te komen en al dat groen in al die verschillende tinten te zien.

Een grens in deze ongebreidelde groei wordt meestal bereikt als ik via de achterkant mijn tuin binnenkom, de deur van de poort open en de klimroos die gezellig tegen de schuurmuur aangroeit al het door haar verzamelde regenwater (en volgens mij is dat meestal de inhoud van een hele regenwolk), onbekommerd over mij heen stort. Dat is voor mij het sein om de snoeischaar weer ter hand te nemen.

De tuin van mijn lief is anders. Ook wild, maar wel veel overzichtelijker met minder verborgen plekjes. Mijn lief houdt van bloemen en zijn tuin is dan ook vaak een hele bloemenzee. Deze zomer was de lange kant van zijn schutting bijna niet meer zichtbaar door de vele zonnebloemen die daar stonden met daar tussen oost indische kers. En tussen al die bloemenkracht kronkelde en klommen de passiebloemen. Het zijn er twee, een paarse en een witte, en beiden bloeiden uitbundig. Wat dit jaar heel leuk was waren de vele vruchten die er af kwamen. Eerst groen, maar daarna kleurde ze naar een steeds feller oranje. Die had mijn lief nog niet eerder gehad en ik denk dat het warme, vochtige weer daar een grote rol in gespeeld heeft.

We besloten ze te plukken als ze rijp waren. Ze zagen er heel mooi uit, en af en toe knepen we er voorzichtig in om te kijken of ze al zo ver waren dat ze geoogst konden worden. Dat duurde even. Maar de dag kwam, dat we met een schaal naar buiten gingen voor de pluk. De verwachtingen waren hoog. Ze zagen er ook zo mooi uit.DSCF1122

Dat hadden andere tuinbewoners ook gevonden. De voorkant van de vruchten zag er geweldig uit maar het bleek alleen nog maar de schil te zijn die er hing. Aan de achterkant van de passievruchten zaten gaten ter grootte van een eurostuk en de vruchten bleken allemaal leeggegeten te zijn. Één passievrucht had nog een inhoud, maar dat bleek geen vruchtvlees te zijn. Toen we hem wilde plukken, schoot een klein spitsmuisje met een sneltreinvaart uit de passievrucht, over de struik heen en verdween ergens diep in het groen. Hij had nog een halve vrucht voor ons over gelaten. Nou ja, had iemand er tenminste nog plezier van gehad.

 

 

Ziekte en Bewustwording

Hij was 56 en had kanker. Uitgezaaide longkanker studium 4, met uitzaaiingen in de buik, rond de aorta. De chemokuren die hij kreeg zette niet echt zoden aan de dijk en hij wDSCF1100erd er erg ziek van. Misselijk, overgeven, moe en een slap gevoel. Van de vier weken tussen elke kuur voelde hij zich nog maar een paar dagen goed. Die week  had hij besloten te stoppen met de chemo’s. Hij wilde liever kwaliteit van leven dan kwantiteit. Zijn levensduur op basis van de kennis van artsen, was 3 tot 6 maanden.

Hij kwam niet bij mij voor genezing. Dat kan ook niet, want ik ben geen arts, ik ben ook geen tovenaar. Ik kijk naar de energie van mensen, werk aan blokkades hierin en probeer mensen in verbinding te brengen met hun eigen bewustzijn, hun eigen weten en hun klachten.

Hij vroeg mij te kijken naar zijn energie. En deze eventueel schoon te maken.

Wanneer ik dit doe, begin ik altijd met een soort geleide meditatie/ontspanningsoefening om iemand weer even helemaal terug te brengen naar zichzelf, zodat hij met zijn onderbewustzijn in contact kan komen en er mee in gesprek kan gaan.

Daarna vroeg ik hem of hij zou willen vertellen hoe de tumor eruit zag. Hij vertelde dat deze eruit zag als een roze met witte, eeuwen oude hagedis, een niet onvriendelijk wezen. Er waren ook verschillende jonge hagedisjes die, als kikkervisjes zonder pootjes verschrikt leken rond te zwerven door zijn lichaam, alsof zij zich afvroegen wat zij daar deden.

Door afstemming op de hagedis werd het mogelijk de hagedis vragen te stellen. Een vraag die hij erg graag wilde stellen aan de hagedis was hoe de dood eruit zag. Het antwoordt dat de hagedis gaf was verbluffend: “Leven en dood is hetzelfde. Er is geen verschil, omdat alles één is. Ik zag een soort doorzichtige muur, waarachter in het Oosten de kosmos lag waar alles al is. Vandaar uit kwam mij een grote liefde en eenheid tegemoet die mij ontroerde.

Hij wilde graag weten of de hagedis verwijdert mocht worden. Daarop antwoordt de hagedis dat alles mag, maar dat het geen verschil zal maken en dat er niets anders door zal worden.

Hij vroeg de hagedis wat hij zou willen. Daarop antwoordde de hagedis: Ik wil niet als een vijand behandeld worden. Ik wil niet respectloos behandeld worden. Ik ben hier ook maar omdat ik hier moet zijn. Dat is niet mijn vrije keuze. Ik wil niet met je vechten. Wanneer we vrienden worden en je in verbinding blijft met mij kom je verder.

Dit was voor hem  een acceptabel antwoord.

Tijdens de healing die daarna volgde stroomde ik gouden deeltjes liefde, licht en warmte in bij hem en bij de hagedis. Daarop ging de hagedis slapen.

Om ons heen voelden we beiden weer een enorme liefde, eeuwenoude wijsheid en ondersteuning. Er ontstond een verbondenheid met het al.

Na de behandeling  voelde hij zich erg ontspannen.

Ik gaf hem het advies mee om rustig aan te doen en wanneer hij het kon verdragen een aantal keren per week een glas Groen Sap te maken en te drinken door 4 bladeren van spitskool, 3 stengels bleekselderij, 0,5 komkommer, 60 gram spinazie en 1 appel te persen via een sapcentrifuge.

Na 3 maanden was de oncoloog verbaasd over de uitslag van de scan. De tumoren waren niet gegroeid. De oncoloog begreep het niet en zei dat wanneer hij  toch chemokuren gehad zou hebben, hij deze uitslag aan deze kuren zou hebben gerelateerd.

 

 

 

 

Van dieren naar mensen

Het steeds intensiever met dieren bezig zijn, maakte dat ik ook steeds vaker in contact kwam met hun baasjes. Huisdieren zorgen graag voor hun eigenaren. Zoals ik al eerder geschreven heb, zien zij het vaak als hun taak om ons te troosten, te beschermen, op te vrolijken enz. Dat maakte dat ik ook steeds meer naar mensen ging kijken. Ik merkte dat ik meer wilde weten over hoe het nu precies zat met mensen en hun energie. Tijdens mijn lessen in dierencommunicatie en healing kwamen de 7 hoofdenergiepunten in het menselijk lichaam die chakra’s worden genoemd regelmatig ter sprake. Dit gold ook voor de aura welke bestaat uit de energievelden van mensen die om hen heen hangen. We deden daar ook oefeningen mee.

Ik merkte dat ik daar meer van wilde weten. Ik wilde weten wat hiervan de invloed is die mensen ondervinden. En zo kwam ik terecht in Utrecht bij het Centrum voor Leven en Intuïtie. Hier werden op een geloofs-  en politiek-neutrale wijze lessen gegeven over intuïtie en over energie. Ik heb daar een aantal jaren cursussen, en lessen gevolgd. En opnieuw ging er een wereld voor me open. Ik begon met de basisopleiding over de chakra’s. Ik leerde dat de zeven hoofdchakra’s elk een eigen thema hebben op een levensgebied. Het onderste chakra, ter hoogte van het stuitbeentje heeft te maken met basisveiligheid. Met zaken zoals een dak boven je hoofd, genoeg te eten hebben, geld hebben om in je basisbehoeften te voorzien enz. Het tweede chakra, wat tussen de navel en het eerste chakra zit, gaat over emoties, je seksualiteit en het kind in jezelf. Het derde, een stukje boven de navel, gaat over willen, macht en onmacht. Het vierde, ter hoogte van het hart gaat over liefde kunnen geven en liefde kunnen ontvangen. Het vijfde, dat in de keel zit gaat over je uit kunnen en durven spreken. Een mening hebben en deze mogen laten horen. Het zesde (het zogenaamde derde oog)  iets boven de wenkbrauwen in het midden van het voorhoofd gaat over zien zowel met je fysieke ogen, als intuïtief en psychisch. Dan is er nog het zevende chakra houdt verband met gedachten, informatie, bewustzijn en intelligentie.

Ieder mens maakt op en in deze levensgebieden van de zeven chakra’s zijn eigen persoonlijke dingen mee. Deze persoonlijke dingen kunnen zorgen voor problemen en onopgeloste emoties. Dan zorgen zij voor een blokkade. De zeven chakra’s zijn energiepunten die energie ontvangen en doorgeven van en naar de energiepunten boven en onder hen. Samen zorgen zij voor een doorstroming van energie. Wanneer daar in een levensgebied een blokkade zit kan die energie niet goed doorstromen, wat zorgt voor het niet goed kunnen functioneren van lichaam en/of geest.

Tijdens de opleiding leerden wij met allerlei oefeningen te kijken naar onze eigen chakra’s en te onderzoeken of daar nog zaken zaten die voor verbetering vatbaar waren. En natuurlijk was dit voor iedereen zo. Door hier oefeningen mee te doen, leerden we hoe we de energie weer konden laten stromen.

Het leren over chakra’s is voor mij belangrijke voorwaarde geweest om andere mensen op spiritueel gebied te kunnen helpen. Het stelde mij in staat om lessen te gaan volgen in healing, waarbij ik leerde om de energie van anderen te voelen.  Maar ook leerde ik hoe ik blokkades in de energie bij mensen weg kan halen en voor een betere doorstroming van energie bij hen kan zorgen.

 

Hoort wie klopt daar kinderen

 

Ik heb een vriendje. Een vrij vriendje. Hij komt en gaat wanneer hij wil. In de wintermaanden laat hij zich vreemd genoeg meestal niet zien, maar wordt het lente, dan verschijnt hij weer.

Hij meldt zich altijd op de grote buitentafel, die onder het raam tegen mijn keukenmuur aanstaat. Als ik beneden ben ziet hij dat altijd, want ik heb een open keuken en kijk vanuit mijn huiskamer recht de tuin in, en dus ook recht op de tafel en hij dus recht van de tuintafel in mijn keuken en huiskamer.

Soms ziet hij mij niet meteen. Dan gaat hij op de vensterbank staan met zijn borst tegen het vensterglas en tuurt met priemende oogjes naar binnen. Op het moment dat hij me in de gaten krijgt begint hij driftig als een klein soldaatje over de tafel heen en weer te marcheren. Het is zo’n koddig gezicht dat ik me bijna voor kan stellen dat hij zichzelf toespreekt met: “en één, twee, drie, vier en  links twee, drie vier. Op de plaats halt, een halve slag draaien en één, twee, drie, vier.” Zijn pas is zeer zelfverzekerd, zeer krachtig ook voor een kauw.  Het is de bedoeling dat ik hem zie. Duurt het te lang dan komt hij weer op de vensterbank zitten en kijkt mij zeer gebiedend aan.

D. Bijna tamme kauw 4           B. Bijna tamme kauw 2           C. Bijna tamme kauw 3Toen hij een paar jaar geleden voor het eerst kwam was hij een uitgestotene onder de kauwen. Hij was mager en klein en het lukte hem niet goed om zichzelf van voedsel te voorzien. Andere kauwen waren hem steeds voor en duwden hem weg. Daarom voerde ik hem bij en al gauw werd hij groter, maar ook sterker. Hij raakte aan me gewend, en hoewel ik hem nooit tam heb proberen te maken durfde hij dichter bij mij te komen dan de meeste andere vogels. Hij leerde dat dit zijn kracht was.

Als ik aan het aanrecht bezig ben, komt hij bedelen. De andere kauwen zitten in de struiken en bomen en hopen dat er voor hen ook wat overblijft. Dat is meestal niet veel. Één keer per dag strooi ik tortelvoer voor de vogels. Maar hij weet dat hij meestal wel een pinda krijgt of een stukje fruit krijgt. En doordat hij niet bang is en op de buitentafel durft te zitten als ik in de keuken ben, kan hij zich de extra pinda toe eigenen. De andere kauwen durven dat niet goed, op de buitentafel komen zitten als ik in de keuken ben. Soms gooi ik twee pinda’s, maar daar raakt hij vertwijfelt van. Hij wil ze dan allebei maar weet niet welke hij eerst moet pakken. Dus hij holt van de ene naar de andere waardoor andere kauwen hun kans schoon zien. Ze komen met hun poten vooruit met een grote snelheid aan vliegen. En terwijl hij nog als een kip zonder kop tussen beide nootjes heen rent, gaan de anderen er met de buit vandoor.

Maar dat geldt alleen voor deze momenten van twijfel, want verder respecteren de andere kauwen dat hij de baas is en het recht op de tafel en dus het meeste eten heeft.

Wanneer ik naar mijn andere vriendje ga, mijn mensenvriendje die een paar huizen verderop woont, vliegt Kauw mee. Als we in de tuin zitten gaat hij heen en weer drentelen. Hij heeft een korte periode gehad dat hij, wanneer hij vond dat mijn lief niet snel genoeg met wat te eten kwam, de typische geluiden en bewegingen ging maken van een jonge kauw die zijn ouder aanspoort om hem te voeren.

Met het lawaai dat hij daarmee produceerde waren we niet blij. Dat begreep hij snel, want als hij zo ging schreeuwen kreeg hij niets meer.

Nu loopt hij dus ook in de tuin van mijn lief te marcheren en als ik daar in de tuin zit loopt hij naar de keukendeur, terwijl hij mij daarbij strak aankijkt. Ik snap het. Het ontbreekt er nog maar aan dat hij de deur zelf opendoet.

Maar ik ben wel blij dat hij  een geluidlozere oplossing heeft gevonden om zijn honger onder de aandacht te brengen.

Hoewel geluidlozer…..Vanmorgen zat ik over mijn laptop gebogen met mijn rug naar het raam. Hoor ik ineens getik tegen het vensterglas. Ik draai me om op de stoel, en ja hoor wie zit er op de tuintafel tegen het raam te tikken….? Meneertje…. Hij heeft een nieuwe manier gevonden om mijn aandacht te trekken als ik hem niet zie.

 

 

Sam

Het communiceren met dieren wat ik tot nu toe zo vrijblijvend deed was leuk en boeiend. Tot nu toe waren het spontane contacten die ontstonden doordat ik dieren tegenkwam, maar steeds vaker kwam ik in contact met mensen die een probleem met een huisdier hadden.

Dit ging om problemen die bestonden uit veranderd en moeilijk gedrag zoals b.v. onzindelijkheid, agressie, angst, stress zichzelf kaal bijten enz. en die na controle bij de dierenarts geen aanwijsbare lichamelijke oorzaak leken te hebben.

Opvallend was dat in gesprek met het dier vaak bleek dat er een probleem lag bij de eigenaar of dat de eigenaar het dier niet begreep. Het dier reageerde hierop met gedrag dat door de eigenaar als ongewenst werd beschouwd.  Heel vaak is de eigenaar zich niet bewust dat zijn huisdier afwijkend gedrag kan gaan vertonen door de houding van de eigenaar. En dat gaat in de doorsnee gevallen niet omdat de eigenaar niet van zijn dier houdt (soms zelfs te veel), maar omdat de eigenaar niet begrijpt wat zijn dier wil zeggen.

Zo kreeg ik op een dag een telefoontje van Greet. Er waren grote problemen met haar hondje, een bastaard hondje dat tot kniehoogte kwam en sinds een jaar of drie bij Greet en haar man woonde. Ze hadden hem uit het dierenasiel gehaald. Het was een leuke hond om te zien, die met zijn krullende zwarte vacht een hoog aaibaarheidsgehalte had. Het was een vriendelijk en alert. Het was met name H. IntakeGreet die graag een hond wilde.

Sinds een half jaar was de hond die Sam heette steeds meer en feller gaan blaffen wanneer er aangebeld werd en er bezoek kwam. Het blaffen begon zich ook uit te breidden naar toevallige voorbijgangers die langs hun huis liepen. De buren begonnen te klagen en dat maakte Greet nerveus .Ze probeerde Sam te corrigeren door hem te waarschuwen als hij blafte en hem, als hij daar niet mee ophield (en dat deed hij niet) in de keuken te zetten, maar daardoor leek het gedrag van Sam alleen maar erger te worden. Wanneer Jacob, de man van Greet thuis was was Sam stukken rustiger en gezeglijker. Jacob en Greet kregen ruzie over het gedrag van Sam en Jacob vond dat wanneer Greet de hond niet aankon en er daardoor ruzie met de buren zou komen, Sam maar weg moest.

Dit was het moment waarop Greet contact zocht met mij. Ze was erg gehecht aan Sam en voelde zich ook veiliger met hem thuis, zeker sinds Jacob een half jaar geleden veel voor zijn werk in het buitenland moest zijn.  We maakten een afspraak.

Sam woonde in een leuk rijtjeshuis en toen ik aan kwam lopen hoorde ik al hoe Sam begon te blaffen.

Ik belde aan en het duurde even voor Greet opendeed. Ze had Sam eerst in de huiskamer opgesloten, zodat hij niet meteen tegen mij zou opspringen.

Dat was dan ook het eerste wat Sam deed, tegen mij opspringen toen ik de huiskamer binnenkwam. Hij blafte en deed luidruchtig, terwijl hij mij goed in de gaten hield. Ik ging zitten en negeerde Sam in eerste instantie, waardoor deze rustig werd.

Toen Sam rustig was, stelde ik me voor aan hem en vroeg hem iets te vertellen over de situatie.

Sam liet in beelden aan mij zien hoe hij het huis en zijn vrouwtje beschermde wanneer Jacob op reis was.

Jacob was voor Sam de roedelleider. Sam mocht Jacob graag. Jacob was zeer duidelijk in wat hij wel en niet wilde en straalde een grote zelfverzekerdheid uit. Hij bepaalde voor een groot deel de regels in huis en Sam wist precies waar hij aan toe was als Jacob er was.

Sam mocht Greet ook graag. Maar Greet was geen leider. Ze was een wat onzekere vrouw, die zich alleen thuis ook niet zo op haar gemak voelde. De regels die zij stelde aan Sam varieerde. De ene keer mocht hij dingen die hij de andere keer niet mocht.

Als Jacob er niet was moest iemand anders op het huis passen en op Greet vond Sam en hij zag dat als zijn taak was. En hij voerde deze met verve uit. Hij hield alles en iedereen in de gaten en liet met luid geblaf horen dat hij het huis bewaakte. Geen mens kon zomaar nog voorbij komen of aanbellen. Zo verdedigde hij zijn huis en zijn vrouwtje en probeerde indringers op een afstand te houden.

En Sam was trots op zijn taak en op hoe hij het uitvoerde.

In dit geval was het van belang om niet alleen uit te leggen aan Sam dat Greet en het huis niet op deze manier verdedigd hoefde te worden, maar ook om aan Greet uit te leggen dat zij daadkrachtiger moest optreden en laten merken dat zij de leider was als Jacob weg was. Dat betekende dat Greet aan de slag moest met haar eigen onzekerheid. Greet ging een cursus volgen met Sam waarin ze leerde hoe ze de leiding moest nemen. Ze ging naar de buren waar ze uitlegde wat ze ging doen met Sam en ze nam haar eigen onzekerheid onder de loep.

Na een half jaar belde ze me op. Sam was stukken rustiger geworden. Haar band met hem was door de cursus sterker geworden en de buren hadden geen klachten meer.