Open Deuren en comfortzone

DSCF1176Ik was heel tevreden met mijn leventje. Het was hard werken geweest om een praktijk op te bouwen, maar het was gelukt en de praktijk liep. Voor mij was het wel goed zo. Ik had individuele klanten en gaf workshops. Daarnaast volgde ik zelf regelmatig workshops en cursussen, had contact met collega’s en las veel. Heerlijk die tevredenheid en dat een beetje heen en weer gewiegd worden op de golven van regelmaat en structuur en harmonie.

Nou wist ik wel dat het leven altijd aparte wendingen kan nemen en meestal als je daar niet echt op voorbereid bent. Ineens  dient zich dan iets aan waarmee je kunt dealen of niet. Een deur die uitnodigend staat te klapperen, en lijkt te vragen of je hem verder wilt openen om te kijken wat er verder achter zit. Nou hou ik altijd wel van een uitdaging, maar op dat moment in mijn leven was ik happy in mijn werk en had ik eigenlijk niet zo heel veel behoefte aan open deuren. Eigenlijk was ik juist heel blij met alles wat me gelukt was en dat het liep en mijn leventje een beetje rustiger werd.

Maar kennelijk werden er “Boven” nog meer plannen gesmeed. En ik moet zeggen; ze begonnen “Boven” heel voorzichtig met het geven van hints. Het begon met regelmatig terugkerende opmerkingen van anderen over de wijze waarop ik dingen organiseer. De eerste keren had dat nog betrekking op mijn eigen werk. Opmerkingen over de uitgebreide verslagen die ik cliënten toestuurde na hun behandeling, zag ik alleen als compliment. Daarna kwamen de opmerkingen over de organisatie en inhoud van de workshops die ik alleen of met William van der Zanden (www.williamvanderzanden.eu) geef. Ik vond het fijn dat mensen daar zo positief over waren, maar ik verbond er verder geen enkele consequentie aan. Ik was blij met wat ik had en had het daar druk genoeg mee. Ik hoefde niet meer. Hier lag mijn ziel en zaligheid. Toen kreeg ik de eerste vraag van iemand: “Wil je de organisatie gaan doen van een door mij gegeven workshop?” De eerste open deur.

Deze gooide ik met een klap weer dicht. Nee, dat  wilde ik niet. Ik vond mijn eigen werk leuk genoeg en het organiseren van workshops voor anderen kost veel tijd en energie. Bovendien; ik zat heerlijk in mijn comfortzone, daar wilde ik nog wel een tijdje blijven. Bovendien had ik zoiets nog nooit voor anderen gedaan en zou ik (dacht ik) niet weten hoe ik het aan moest pakken.

Toen kwam de tweede vraag met dezelfde inhoud als de eerste. Hoewel het mij dus prima beviel in die comfortzone, begon er een soort onrust te komen. Ik werd gevraagd, nu voor de tweede keer. Mensen dachten dus dat ik dat kon. “Misschien moest ik daar in de verre toekomst maar eens over denken,” dacht ik, “maar nu nog niet, alles ging nou net zo lekker.” Vervolgens ging de derde deur open en kwam ik voor de volgende uitdaging te staan. Ik mocht voor Olof Smit (www.earthfather.eu) de organisatie doen rondom een workshop van hem.

De derde open deur. Met al die open deuren begon het toch een beetje te tochten in mijn comfortzone. De onrust nam toe. Moest ik dan toch maar…? Zou ik dat wel durven? Ik had nog nooit zoiets voor anderen georganiseerd. Maar er begonnen nu ook kleine nieuwsgierige kriebeltjes in mijn binnenste te ontstaan. Ik had wel koudwatervrees. Nog even probeerde ik tegen de deur te duwen om te kijken of hij nog dicht ging. Nee, dat lukte niet meer. Ik besloot het eenmalig te gaan proberen. Het werd een succes. En hoewel het veel werk was, had ik er veel plezier in en was het prima te combineren met het geven van behandelingen en workshops in mijn eigen praktijk.

Het bleek echter niet eenmalig zoals ik gedacht had. “Boven”  had nog meer in het vooruitzicht. De deur ging niet meer dicht. Ik kwam in contact met Johanna Kleipool (johanna@merkabalight.com) die ook vroeg of ik ondersteuning in de organisatie van de zaken om haar workshops en lezingen heen kon geven. Hennie van de Lande (www.hennievandelande.nl) een kunstschilderes melde zich met de vraag of ik tentoonstellingen voor haar kon organiseren. En het blijkt leuk te zijn, het in contact komen met heel veel verschillende mensen, het netwerken, creatief denken en organiseren. Mijn hart blijft liggen bij mijn werk als healer en reader in mijn eigen praktijk, maar wat vind ik het leuk om dit ernaast te doen. Inmiddels heeft de volgende deur zich geopend. Op 2 oktober 2016 organiseer ik een spirituele beurs in de Tussenpauze in Bavel.

Een tip van mij, kom je een open deur tegen. Kijk dan even om het hoekje voor je hem uit angst voor het onbekende dichtgooit. Echt het kan de moeite waard zijn.

 

 

Tess

Tess 1Jaren geleden besloot ik dat er ruimte was voor een hond in mijn leven. Ik was herstellende van een agressieve vorm van leukemie, en het leek me prettig om bij het opbouwen van mijn energie en conditie een maatje te hebben dat mij buiten vergezellen zou op mijn wandeltochten. Daarnaast had ik ruimte in mijn huis en volop in mijn hart en vanuit de ervaring met eerdere honden die mijn leven met mij gedeeld hadden, wist ik hoezeer zo’n viervoeter mijn leven kon verrijken.

Ik besloot naar het dierenasiel te gaan om te kijken of daar een vriendje voor mij zat. Er zaten een boel honden, waaronder ook heel veel leuke honden, maar bij het uitzoeken van zo’n vriend, wil ik altijd een speciale klik voelen. Dat gebeurde op dat moment niet en ik ging enigszins teleurgesteld naar huis. Kennelijk was het nog niet het goede moment voor zo’n harige huisgenootje. Ik besloot het idee te laten rusten en ging verder met mijn leven, en de gedachte aan een hond gleed langzaam maar zeker naar de achtergrond, tot het niet meer echt speelde.

Zo’n drie maanden later werd ik op een ochtend wakker van een stem in mijn droom die zei: “Wakker worden. Je vriendje zit te wachten op je in het dierenasiel. Hij is net gebracht.” Nou ben ik niet iemand die altijd meteen doet wat in mijn hoofd opkomt, maar om de één of andere reden schoot ik in mijn kleren en stapte zonder ontbijt op de fiets, op weg naar het dierenasiel, ondanks dat ik al een tijd niet meer bezig was geweest met de aanschaf van een hondje.

In het eerste hok aan de voorkant van het asiel zat een jong hondje met een vrolijke rode zakdoek om. We keken elkaar aan. De klik was er meteen, maar ik kon me niet voorstellen dat iemand deze hond gebracht had. Ze had zo’n hoog aaibaarheidsgehalte dat ik er van uitging dat deze hond van iemand van het personeel was. Het  dierenasiel was nog maar net open. Ik ging naar binnen en met de gedachte in mijn achterhoofd dat het hondje buiten van een personeelslid was, ging ik op zoek naar de hond waarover de stem in mijn droom vertelde. Ik vond hem niet. Uiteindelijk kwam ik terecht achter in het asiel waardoor het deurtje van het buitenhok het jonge hondje het binnenhok in kwam stormen. Ze ging voor de tralies zitten en keek me  aan en ik smolt opnieuw. Er was iets speciaals tussen mij en deze hond.

Op dat moment kwam er een personeelslid aan. “Leuke hond, niet waar,” zei ze toen ze me zag kijken. Ik knikte. “Ze is net een kwartiertje geleden gebracht,” ging de vrouw verder.

“Wat zou ik haar graag willen meenemen,” zei ik.

“Wat houdt u tegen?” vroeg zij.

“Ik wil al een tijdje een hond,” zei ik, “maar dit is op dit moment onverwacht en ik moet even overleggen met de andere gezinsleden.”

“Geen probleem hoor,” zei de vrouw, “Ik wil de hond wel reserveren voor u, dan kunt u thuis overleggen en morgen even contact met ons opnemen.”

Die middag ging ik met mijn lief naar het dierenasiel en ook mijn lief smolt voor de hond. Natuurlijk namen we haar mee en ik gaf haar de naam Tess.  Waar ik was, was Tess ook. Ze ging mee op vakantie en op onze vele lange wandeltochten. Aan de fiets vond ze het heerlijk om mij voort te trekken en als ik even niet oplette lag ze met haar ondeugende snuit in het water. Schoon of vies water, weer of geen weer, het maakte haar niet uit. Veertien is ze geworden, toen moest ik haar, twee jaar geleden laten inslapen omdat ze ziek was. Ze was drie maanden toen ze bij me kwam en veertien jaar heb ik van haar mogen genieten.

Nee, ik heb nog geen andere hond. Tess is zo bijzonder geweest voor mij, en soms, als ik buiten wandel, heb ik het gevoel dat ze mij nog steeds vergezeld.

 

Deva’s op de beurs

Één van de leuke dingen van op een beurs staan zijn de mensen. Zowel de deelnemers aan de beurs als de mensen die de beurs bezoeken. Zelfs bij minder druk bezochte beurzen gaat de tijd snel, omdat er zoveel te zien is. Er zijn deelnemers in allerlei soorten en maten die op allerlei uiteenlopende wijzen hun diensten aan bieden. DSCF1158

Er zijn ook allerlei soorten bezoekers, maar wat zij vaak met elkaar gemeen hebben is dat zij wat langer op een beurs blijven hangen. Soms komen ze speciaal voor een deelnemer, maar vaak ook komen ze gezellig langs de tafeltjes slenteren. Het zijn merendeels vrouwen. Er komen ook mannen, maar die komen meestal mee met een vrouw en veel vrouwen komen samen met hun vriendinnen, zussen of moeder.

Na het eerste rondje wordt er vaak overlegd waartoe zij zich aangetrokken voelen. Er wordt aangeschoven aan een tafeltje en daarna vaak koffiegedronken en ervaringen uitgewisseld om vervolgens nog een ronde te maken. Veel beurzen kennen ook hun vaste bezoekers. En deze vaste bezoekers schuiven ook vaak aan bij een voor hun bekende deelnemer. Maar sommigen komen alleen voor de sfeer, voor een dagje rondkijken en praatjes maken. Voor gezellig een dagje uit.

Een aantal van die vaste bezoekers horen gewoon bij een bepaalde beurs. Ik heb bij sommigen van hen het gevoel dat wanneer zij zich niet hebben laten zien op de beurs, de beurs toch niet helemaal is zoals deze zou moeten zijn. Zijn geven de beurs een stukje eigen gezicht, een stukje sfeer. En zij hebben vaak mooie verhalen waar naar het fijn is om te luisteren.

Één van die vaste bezoekers heeft een plekje in mijn hart. De eerste keer dat ik daar op de beurs was, drentelde hij veelvuldig om mijn tafeltje heen. Pakte een visitekaartje, las het en humde wat om het vervolgens weer neer te leggen of raakte even de engel aan die altijd op mijn tafeltje staat. Vervolgens schoof hij weer verder naar de volgende tafel, om na een uurtje of zo weer langs te komen en weer het visitekaartje op te pakken en weer weg te leggen. Uiteindelijk ging hij zitten. “Dus u weet veel van engelen?” vroeg hij.

“Ik weet er wel iets van af,” zei ik. Hij boog zich naar voren. “Ik heb een beetje een rare vraag,” zei hij voorzichtig. Ik keek hem afwachtend aan. “Hoe een engel er uitziet weet ik wel,” zei hij. “Ik zie ze regelmatig als ik ze vraag te komen.”

“Wat fijn voor u,” zei ik onder de indruk.

“Dat is niet het punt,” zei hij. “Het gaat over iets anders.” “Ik ben benieuwd,” zei ik.

“Kijk het zit zo” hij fluisterde nu achter zijn hand, alsof hij bang was dat iemand anders hem zou horen. ” Als ik het bos in ga zie ik altijd kleine figuurtje rondrennen in het gras en uit de bomen zie ik vaak ook mooie elfachtige gedaantes komen. Wat zijn dat? Zijn dat ook engelen of denkt u dat ik niet helemaal goed bij mijn hoofd ben?” Hij keek een beetje benauwd.

“Bent u er bang voor?” vroeg ik.

“O nee,” lachte hij opgelucht. “Met die kleintjes kan ik niet praten, maar met die grote soms wel, en als ik ze zie geven ze me een heel veilig en warm gevoel. Soms moet ik dan ook even zo’n boom omarmen en dat heb ik het gevoel dat ik ook omarmt wordt.” Hij kreeg een gelukkige starende blik over zich.

“Wat u vertelt zijn wezens die Deva’s genoemd worden. Zij zijn voor de meeste mensen met het blote oog niet zichtbaar, maar hebben een sterke verbondenheid met de natuur. Met name in Engeland worden ze nog in ere gehouden,” vertelde ik.

“O, gelukkig, er is een naam voor,” zei de man.

“Ja,” zei ik, “En ik denk dat u een rijk man bent dat u hen kunt zien en met sommigen van hen kunt communiceren, want dat is voor de meeste mensen niet weggelegd. Ik zal u de naam van een boekje geven dat over deva’s gaat en wat makkelijk en leuk is om te lezen.

“Fijn,” zie de man, terwijl hij het briefje aannam en met een grijns op zijn gezicht wegliep. “Leuk dat ik u gesproken heb.”

Dat was helemaal wederzijds. Deze man was als een lichtstraaltje die mijn dag een bijzondere kleur gaf.

De titel van het boekje is trouwens: De andere wereld (leren communiceren met bovennatuurlijke wezens) en is geschreven door William Bloom.

Dagje weg

Ga je mee naar de open tuinendag”,  vroeg een vriendin van me die heel veel met tuinen had. Ze ging vaak op vakantie naar het buitenland, zoals naar Engeland om tuinenDSCF1109 te bezichtigen, en ondanks haar leeftijd, ze was al ruim in de tachtig, was ze gewapend met een schoffeltje en snoeischaar nog bijna dagelijks in haar eigen tuin te vinden. Het grote werk ging helaas niet meer, maar daar huurde ze dan iemand voor in die onder haar nadrukkelijke, precieze en strenge begeleiding nauwkeurig haar tuin snoeide en schoffelde tot de rijkelijk bloeiende plek zoals zij deze graag wilde hebben.

Het was dan ook altijd een feest om bij haar op visite te gaan. Zomers zaten we in haar tuin te genieten van de vele bloemen en de zon, waarbij zij haar kopjes thee schonk en biscuitjes met eigengemaakte lemoncurd aanbood. ’s Winters keken we vanaf haar woonkamer neer in haar tuin waarin altijd wel kleur te vinden was, terwijl op haar balkonnetje de pimpelmeesjes, roodborstjes, musjes en koolmeesjes dankbaar kwamen eten van het voedsel dat mijn vriendin daar voor hun weg zette en hing. Vogels groter dan musjesformaat waren niet welkom en al helemaal geen duiven, want die maakten er volgens mijn vriendin een te grote rommel van. Met driftig getik van haar vinger tegen het raam hield ze orde op het balkonnetje. De duiven en kauwen keken vanuit de bomen verlekkerd toe naar de vele pinda’s en vetbolletjes, kaasstukjes en broodkorstjes, maar geen van hen durfde de strijd aan te gaan met mijn daarin zeer strenge vriendin door haar territorium te betreden. Ze hadden een heilig ontzag voor haar.

Mijn vriendin wist zelf zo verschrikkelijk veel over planten en bloemen dat zij wel een wandelende encyclopedie leek. Het was een thema waaraan zij met hart en ziel verknocht was. Dus wanneer zij mij vroeg om met haar mee te gaan, had dit meestal betrekking op een bezoek aan een park of tuinen, zoals ook deze open tuinendag.

Nu ben ik altijd wel in voor een uitje dus dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Mijn vriendin maakte een picknickmandje klaar met lekkere boterhammetjes, een thermoskan met thee en wat appels, zodat behalve onze ogen, oren en neuzen, onze magen het deze dag ook naar hun zin zouden hebben. Mijn vriendin had een tuin uitgezocht die zij wilde bezoeken. En zo reden wij dan over stille landweggetjes, steeds verder van het drukke leven vandaan op weg naar de tuin.

En het was de moeite meer dan waard. De tuin was enorm. Elke plant, elke boom, elke bloem en elke waterpartij was op elkaar afgestemd. Je hoorde er geen verkeer, daarvoor lag het te ver van de buitenwereld. Het was een heerlijke plek om te zijn. De rust, de geuren de weldaad van al wat bloeide en groeide deed je weer beseffen hoe mooi de natuur was. En terwijl we rondwandelden vertelde mijn vriendin me van alles over wat we zagen. Natuurlijk moesten er nog wat stekken aangeschaft worden en terwijl mijn vriendin nog wat stond te dubben over welke planten zij zou meenemen liep ik vast met de eerste plantjes naar de auto. De auto stond op een stil groen plekje bij een weiland. Daarin stond een groot fries paard met aan haar voeten liggend een jong veulen. Ik bleef even staan kijken en ik groette de merrie en vroeg of het veulen haar kind was. Ik sprak naar haar uit hoe mooi ik het veulen vond. Ze hief haar hoofd naar me op. Schopte vervolgens zachtjes met haar enorme hoef tegen het veulen aan, dat enigszins wankel opstond en tegen haar aan ging staan. Vervolgens boog de moeder haar enorme hoofd over het veulen heen terwijl ze me trots aan keek.

We bleven even naar elkaar staan kijken, de merry en ik terwijl ik haar toeknikte. Toen kwam mijn vriendin er aan en stapten we in de auto. Het was een meer dan geslaagde dag geweest.

Mijn vriendin is inmiddels: “Uit de tijd gegaan”, zoals zij haar overlijden zou benoemen, maar nog steeds als ik een merry met veulen zie, denk ik met veel plezier aan haar terug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kinderen en reïncarnatie

Kinderen tot een jaar of zeven staan nog open voor dingen die niet altijd zichtbaar zijn voor volwassenen, en die door volwassen regelmatig worden afgedaan als onzin. Of het nu gaat om zogenaamde “onzichtbare” vriendjes of dingen die zij meemaken of zich herinneren. Ze zitten nog niet zo heel erg in een keurslijf van wat hoort en niet hoort. Ze staan nog open voor DSCF1121alles om hen heen. En al hun kanalen om contact te hebben met hun oorspronkelijke ziel, staan nog open. Daarom kunnen hun verhalen, als wij willen luisteren ook zo bijzonder zijn.

Zo ook het verhaal van mijn zoontje.

Het zal nu zeker zo’n vijfentwintig jaar geleden zijn maar ik herinner  me nog alles van die gebeurtenis glashelder alsof het de dag van gisteren was.

Het was een prachtige woensdagmiddag, en ik was met mijn toen vijfjarige zoon naar het park gegaan. Mijn zoon zat zeer geconcentreerd in de zandbak te graven, terwijl ik met gesloten ogen genoot van wat wel eens de laatste zomerzonstralen van dat jaar zouden kunnen zijn.

Plotseling hoorde ik mijn naam roepen. Ik opende wat spijtig mijn ogen en zag Peter aan komen lopen, een kennis die dezelfde cursus kunstgeschiedenis volgde als ik. Hij schoof gezellig aan op het bankje en begon te vertellen over Escher. Hij was onlangs in het Escher-museum in Den Haag geweest en was daar kennelijk nogal vol van zo aan zijn verhalen te horen. Hij was een boeiende verteller en ik luisterde graag naar zijn belevenissen. Ik keek ondertussen even naar mijn zoontje die op dat moment net een nadenkende blik op Peter wierp. Zijn neus rimpelde ervan. Hij bleef even peinzend naar Peter kijken en vervolgens ging hij weer verder met zijn graafwerkzaamheden, zonder ons nog een blik waardig te keuren.

Na een half uurtje, keek Peter op zijn horloge en stond op. Er moesten nog boodschappen gedaan worden. Met een hartelijke groet, vervolgde hij zijn weg, naar de winkel voor zijn avondmaaltijd.  Wij moesten ook op huis aan en ik riep mijn zoon die, na even sputteren uit de zandbak klom.

Ik tilde hem achter op de fiets en vroeg hem of hij worteltjes of boontjes wilde eten. Hij keek mij ernstig aan.

“Die ken ik wel hoor”, zei hij.

“Wie ken je wel,” vroeg ik in gedachten de koelkast nalopend of ik ook een toetje in huis had.

“Nou, die man die net bij jou op het bankje zat.” Hij stopte zijn handjes in zijn jaszakken.

“Peter?” vroeg ik verbaasd. Peter was namelijk nooit bij ons thuis geweest en mijn zoontje had hem volgens mij nog nooit eerder gezien.

“Ja, van vroeger,” zei mijn zoon.

“Van vroeger,” herhaalde ik wat dommig terwijl ik mijn hoofd brak over eventuele mogelijkheden waar mijn zoon Peter eerder gezien zou kunnen hebben. Maar ik kon me geen enkele gelegenheid voor de geest halen waarin van een ontmoeting tussen die twee sprake geweest zou kunnen zijn.

“Van toen Nederland aan het vechten was,” zei mijn zoon terwijl hij als een oud mannetje zachtjes knikte ter bevestiging van zijn woorden.

“O ja?” vroeg ik.

“Ja,” zei mijn zoon. “We moesten rivieren recht maken. En hij was er ook bij. Wij waren vrienden. En toen kwamen er soldaten en ik kon hem niet meer waarschuwen. Ze hebben hem doodgeschoten en ik ben heel hard weggerend.”

“En toen?” vroeg ik benieuwd.

“Toen ben ik met andere mannen naar een eiland gevaren, waar alleen maar mannen woonden. Ik had daar ook een hond en die heette Augurk. Nou en toen ben ik heel oud geworden en doodgegaan.

Het verhaal maakte me even stil. Maar mijn zoon zat er niet zo mee. Hij vroeg zich al weer af of we op tijd thuis zouden zijn voor Sesam Straat.

 

 

Ziekte en Bewustwording

Hij was 56 en had kanker. Uitgezaaide longkanker studium 4, met uitzaaiingen in de buik, rond de aorta. De chemokuren die hij kreeg zette niet echt zoden aan de dijk en hij wDSCF1100erd er erg ziek van. Misselijk, overgeven, moe en een slap gevoel. Van de vier weken tussen elke kuur voelde hij zich nog maar een paar dagen goed. Die week  had hij besloten te stoppen met de chemo’s. Hij wilde liever kwaliteit van leven dan kwantiteit. Zijn levensduur op basis van de kennis van artsen, was 3 tot 6 maanden.

Hij kwam niet bij mij voor genezing. Dat kan ook niet, want ik ben geen arts, ik ben ook geen tovenaar. Ik kijk naar de energie van mensen, werk aan blokkades hierin en probeer mensen in verbinding te brengen met hun eigen bewustzijn, hun eigen weten en hun klachten.

Hij vroeg mij te kijken naar zijn energie. En deze eventueel schoon te maken.

Wanneer ik dit doe, begin ik altijd met een soort geleide meditatie/ontspanningsoefening om iemand weer even helemaal terug te brengen naar zichzelf, zodat hij met zijn onderbewustzijn in contact kan komen en er mee in gesprek kan gaan.

Daarna vroeg ik hem of hij zou willen vertellen hoe de tumor eruit zag. Hij vertelde dat deze eruit zag als een roze met witte, eeuwen oude hagedis, een niet onvriendelijk wezen. Er waren ook verschillende jonge hagedisjes die, als kikkervisjes zonder pootjes verschrikt leken rond te zwerven door zijn lichaam, alsof zij zich afvroegen wat zij daar deden.

Door afstemming op de hagedis werd het mogelijk de hagedis vragen te stellen. Een vraag die hij erg graag wilde stellen aan de hagedis was hoe de dood eruit zag. Het antwoordt dat de hagedis gaf was verbluffend: “Leven en dood is hetzelfde. Er is geen verschil, omdat alles één is. Ik zag een soort doorzichtige muur, waarachter in het Oosten de kosmos lag waar alles al is. Vandaar uit kwam mij een grote liefde en eenheid tegemoet die mij ontroerde.

Hij wilde graag weten of de hagedis verwijdert mocht worden. Daarop antwoordt de hagedis dat alles mag, maar dat het geen verschil zal maken en dat er niets anders door zal worden.

Hij vroeg de hagedis wat hij zou willen. Daarop antwoordde de hagedis: Ik wil niet als een vijand behandeld worden. Ik wil niet respectloos behandeld worden. Ik ben hier ook maar omdat ik hier moet zijn. Dat is niet mijn vrije keuze. Ik wil niet met je vechten. Wanneer we vrienden worden en je in verbinding blijft met mij kom je verder.

Dit was voor hem  een acceptabel antwoord.

Tijdens de healing die daarna volgde stroomde ik gouden deeltjes liefde, licht en warmte in bij hem en bij de hagedis. Daarop ging de hagedis slapen.

Om ons heen voelden we beiden weer een enorme liefde, eeuwenoude wijsheid en ondersteuning. Er ontstond een verbondenheid met het al.

Na de behandeling  voelde hij zich erg ontspannen.

Ik gaf hem het advies mee om rustig aan te doen en wanneer hij het kon verdragen een aantal keren per week een glas Groen Sap te maken en te drinken door 4 bladeren van spitskool, 3 stengels bleekselderij, 0,5 komkommer, 60 gram spinazie en 1 appel te persen via een sapcentrifuge.

Na 3 maanden was de oncoloog verbaasd over de uitslag van de scan. De tumoren waren niet gegroeid. De oncoloog begreep het niet en zei dat wanneer hij  toch chemokuren gehad zou hebben, hij deze uitslag aan deze kuren zou hebben gerelateerd.

 

 

 

 

Perikelen in Glastonbury

Op vakantie dus in Glastonbury om een workshop te volgen.

We kwamen op woensdag aan en ik zou op vrijdagavond kennismaken DSCF1097met de andere cursisten van de workshop.

Dat betekende woensdagmiddag lekker shoppen. En Glastonbury is een heerlijk stadje om te shoppen. De winkels bestaan op een uitzondering na allemaal uit verkoopplaatsen voor new age en spirituele zaken. Of het nu gaat over kristallen of over wicca, over kruiden, klankschalen of pendels, je kunt het zo gek niet bedenken of ze verkopen het.

Ik liep langs een winkel waar ze kristallen verkochten in de meest uiteenlopende formaten, kleuren en soorten. Nu was ik in Glastonbury niet op zoek naar kristallen omdat ik deze altijd in Nederland in een fantastische winkel koop. Maar ik moest er naar binnen. Mijn aandacht werd getrokken naar een hoekje in de vitrine achter in de zaak. Daar lag helemaal achterin, bijna onzichtbaar een vreemd gesneden blok doorzichtig calciet met wolkerige insluitingen. Het straalde een ongelukkige energie uit, en het was alsof het riep: “Neem me mee, haal me hier weg.”

Ik had daar op dat moment niet veel zin. Ik was net in Glastonbury, helemaal niet op zoek naar kristallen en ik wilde verder, en dat deed ik.

Ik liet de calciet links liggen en verliet de winkel om de rest van de dag mijn hart op te halen aan de dingen die ik tegenkwam. En ik genoot.

De volgende dag liepen mijn lief en ik door de hoofdstraat en waren diep in gesprek toen een pieptoon in mijn oor me uit het gesprek haalde. Ik stond weer voor de kristallenwinkel en weer voelde ik met genoodzaakt naar binnen te gaan. De calciet lag er nog. Ik gaf me over en kocht het kristal. toen ik het pakte voelde ik de energetische vervuiling. Ik kreeg beelden van een man die dit kristal tot zijn dood in zijn bezit had en voor wie het heel veel betekend had. Vervolgens was het in handen gekomen van mensen die er op een onverschillige wijze en respectloos mee om waren gegaan tot het uiteindelijk in de winkel belandde.

Het volgende beeld wat ik kreeg was een klankschaal. Ik moest op zoek naar een klankschaal om het calciet te kunnen reinigen. Een winkel met klankschalen vinden was niet moeilijk, die zat al een paar panden verderop. Ik hoopte wel dat ik in Glastonbury niet veel meer van dit soort toestanden zou meemaken, want het was toch een aardige aanslag op mijn budget.

Aangekomen op ons logeeradres schonk ik mezelf een glas water in en ging de calciet met behulp van o.a. de klankschaal reinigen. Destijds, ik spreek nu over een aantal jaren geleden, besefte ik nog niet dat het handig was geweest om mijzelf van te voren te beschermen en het glas water dat  op de tafel te laten staan niet leeg te drinken, omdat de vervuiling daar in zou kunnen trekken.

Na de reiniging voelde het calciet goed aan en glansde het.

Die nacht werd ik ziek. En niet zo’n beetje. Ik had een gigantische blaasontsteking en moest naar het ziekenhuis al daar voor medicatie. Ik had koorts en voelde me ellendig terwijl ik heen en weer liep tussen mijn bed en de w.c. Het enigste wat ik kon bedenken was dat over een paar uur de kennismaking zou starten van de workshop, die ik niet wilde missen. Maar zoals het er op dat moment uitzag zou ik daar niet bij kunnen zijn. Wat overbleef was contact zoeken met mijn engelen en hen te vragen mij te genezen, zodat ik naar de workshop kon.

Om 19.00 uur was de kennismaking, om 18.00 uur verdween de aandrang tot plassen en het bloed uit mijn urine. Om 18.45 uur was ik zover opgeknapt dat ik nergens meer last van had en naar de kennismaking kon. De blaasontsteking bleef weg.

Die nacht verscheen er aan het voeteneinde van mijn bed een prachtige witte vrouw, die geheel in een witte lange gedetailleerde japon gekleed was. Ze keek me vriendelijk lachend aan en ik voelde een verband tussen de calciet en haar. Ik voelde ook haar bijzondere zuiverheid en liefde.

Glastonbury blijft voor mij een plaats waarin werelden en werkelijkheden samenkomen.