Tess

Tess 1Jaren geleden besloot ik dat er ruimte was voor een hond in mijn leven. Ik was herstellende van een agressieve vorm van leukemie, en het leek me prettig om bij het opbouwen van mijn energie en conditie een maatje te hebben dat mij buiten vergezellen zou op mijn wandeltochten. Daarnaast had ik ruimte in mijn huis en volop in mijn hart en vanuit de ervaring met eerdere honden die mijn leven met mij gedeeld hadden, wist ik hoezeer zo’n viervoeter mijn leven kon verrijken.

Ik besloot naar het dierenasiel te gaan om te kijken of daar een vriendje voor mij zat. Er zaten een boel honden, waaronder ook heel veel leuke honden, maar bij het uitzoeken van zo’n vriend, wil ik altijd een speciale klik voelen. Dat gebeurde op dat moment niet en ik ging enigszins teleurgesteld naar huis. Kennelijk was het nog niet het goede moment voor zo’n harige huisgenootje. Ik besloot het idee te laten rusten en ging verder met mijn leven, en de gedachte aan een hond gleed langzaam maar zeker naar de achtergrond, tot het niet meer echt speelde.

Zo’n drie maanden later werd ik op een ochtend wakker van een stem in mijn droom die zei: “Wakker worden. Je vriendje zit te wachten op je in het dierenasiel. Hij is net gebracht.” Nou ben ik niet iemand die altijd meteen doet wat in mijn hoofd opkomt, maar om de één of andere reden schoot ik in mijn kleren en stapte zonder ontbijt op de fiets, op weg naar het dierenasiel, ondanks dat ik al een tijd niet meer bezig was geweest met de aanschaf van een hondje.

In het eerste hok aan de voorkant van het asiel zat een jong hondje met een vrolijke rode zakdoek om. We keken elkaar aan. De klik was er meteen, maar ik kon me niet voorstellen dat iemand deze hond gebracht had. Ze had zo’n hoog aaibaarheidsgehalte dat ik er van uitging dat deze hond van iemand van het personeel was. Het  dierenasiel was nog maar net open. Ik ging naar binnen en met de gedachte in mijn achterhoofd dat het hondje buiten van een personeelslid was, ging ik op zoek naar de hond waarover de stem in mijn droom vertelde. Ik vond hem niet. Uiteindelijk kwam ik terecht achter in het asiel waardoor het deurtje van het buitenhok het jonge hondje het binnenhok in kwam stormen. Ze ging voor de tralies zitten en keek me  aan en ik smolt opnieuw. Er was iets speciaals tussen mij en deze hond.

Op dat moment kwam er een personeelslid aan. “Leuke hond, niet waar,” zei ze toen ze me zag kijken. Ik knikte. “Ze is net een kwartiertje geleden gebracht,” ging de vrouw verder.

“Wat zou ik haar graag willen meenemen,” zei ik.

“Wat houdt u tegen?” vroeg zij.

“Ik wil al een tijdje een hond,” zei ik, “maar dit is op dit moment onverwacht en ik moet even overleggen met de andere gezinsleden.”

“Geen probleem hoor,” zei de vrouw, “Ik wil de hond wel reserveren voor u, dan kunt u thuis overleggen en morgen even contact met ons opnemen.”

Die middag ging ik met mijn lief naar het dierenasiel en ook mijn lief smolt voor de hond. Natuurlijk namen we haar mee en ik gaf haar de naam Tess.  Waar ik was, was Tess ook. Ze ging mee op vakantie en op onze vele lange wandeltochten. Aan de fiets vond ze het heerlijk om mij voort te trekken en als ik even niet oplette lag ze met haar ondeugende snuit in het water. Schoon of vies water, weer of geen weer, het maakte haar niet uit. Veertien is ze geworden, toen moest ik haar, twee jaar geleden laten inslapen omdat ze ziek was. Ze was drie maanden toen ze bij me kwam en veertien jaar heb ik van haar mogen genieten.

Nee, ik heb nog geen andere hond. Tess is zo bijzonder geweest voor mij, en soms, als ik buiten wandel, heb ik het gevoel dat ze mij nog steeds vergezeld.

 

Dagje weg

Ga je mee naar de open tuinendag”,  vroeg een vriendin van me die heel veel met tuinen had. Ze ging vaak op vakantie naar het buitenland, zoals naar Engeland om tuinenDSCF1109 te bezichtigen, en ondanks haar leeftijd, ze was al ruim in de tachtig, was ze gewapend met een schoffeltje en snoeischaar nog bijna dagelijks in haar eigen tuin te vinden. Het grote werk ging helaas niet meer, maar daar huurde ze dan iemand voor in die onder haar nadrukkelijke, precieze en strenge begeleiding nauwkeurig haar tuin snoeide en schoffelde tot de rijkelijk bloeiende plek zoals zij deze graag wilde hebben.

Het was dan ook altijd een feest om bij haar op visite te gaan. Zomers zaten we in haar tuin te genieten van de vele bloemen en de zon, waarbij zij haar kopjes thee schonk en biscuitjes met eigengemaakte lemoncurd aanbood. ’s Winters keken we vanaf haar woonkamer neer in haar tuin waarin altijd wel kleur te vinden was, terwijl op haar balkonnetje de pimpelmeesjes, roodborstjes, musjes en koolmeesjes dankbaar kwamen eten van het voedsel dat mijn vriendin daar voor hun weg zette en hing. Vogels groter dan musjesformaat waren niet welkom en al helemaal geen duiven, want die maakten er volgens mijn vriendin een te grote rommel van. Met driftig getik van haar vinger tegen het raam hield ze orde op het balkonnetje. De duiven en kauwen keken vanuit de bomen verlekkerd toe naar de vele pinda’s en vetbolletjes, kaasstukjes en broodkorstjes, maar geen van hen durfde de strijd aan te gaan met mijn daarin zeer strenge vriendin door haar territorium te betreden. Ze hadden een heilig ontzag voor haar.

Mijn vriendin wist zelf zo verschrikkelijk veel over planten en bloemen dat zij wel een wandelende encyclopedie leek. Het was een thema waaraan zij met hart en ziel verknocht was. Dus wanneer zij mij vroeg om met haar mee te gaan, had dit meestal betrekking op een bezoek aan een park of tuinen, zoals ook deze open tuinendag.

Nu ben ik altijd wel in voor een uitje dus dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Mijn vriendin maakte een picknickmandje klaar met lekkere boterhammetjes, een thermoskan met thee en wat appels, zodat behalve onze ogen, oren en neuzen, onze magen het deze dag ook naar hun zin zouden hebben. Mijn vriendin had een tuin uitgezocht die zij wilde bezoeken. En zo reden wij dan over stille landweggetjes, steeds verder van het drukke leven vandaan op weg naar de tuin.

En het was de moeite meer dan waard. De tuin was enorm. Elke plant, elke boom, elke bloem en elke waterpartij was op elkaar afgestemd. Je hoorde er geen verkeer, daarvoor lag het te ver van de buitenwereld. Het was een heerlijke plek om te zijn. De rust, de geuren de weldaad van al wat bloeide en groeide deed je weer beseffen hoe mooi de natuur was. En terwijl we rondwandelden vertelde mijn vriendin me van alles over wat we zagen. Natuurlijk moesten er nog wat stekken aangeschaft worden en terwijl mijn vriendin nog wat stond te dubben over welke planten zij zou meenemen liep ik vast met de eerste plantjes naar de auto. De auto stond op een stil groen plekje bij een weiland. Daarin stond een groot fries paard met aan haar voeten liggend een jong veulen. Ik bleef even staan kijken en ik groette de merrie en vroeg of het veulen haar kind was. Ik sprak naar haar uit hoe mooi ik het veulen vond. Ze hief haar hoofd naar me op. Schopte vervolgens zachtjes met haar enorme hoef tegen het veulen aan, dat enigszins wankel opstond en tegen haar aan ging staan. Vervolgens boog de moeder haar enorme hoofd over het veulen heen terwijl ze me trots aan keek.

We bleven even naar elkaar staan kijken, de merry en ik terwijl ik haar toeknikte. Toen kwam mijn vriendin er aan en stapten we in de auto. Het was een meer dan geslaagde dag geweest.

Mijn vriendin is inmiddels: “Uit de tijd gegaan”, zoals zij haar overlijden zou benoemen, maar nog steeds als ik een merry met veulen zie, denk ik met veel plezier aan haar terug.